Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:5164 - Rechtbank Amsterdam - 18 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:516418 juli 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/7451
(gemachtigde: mr. S. Akkas),
en
(gemachtigde: mr. F.M.E. Schuttenhelm).
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van een urgentieverklaring. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd. Deze aanvraag is door het college afgewezen omdat er sprake is van twee algemene weigeringsgronden. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Procesverloop

  1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 16 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Zengin als tolk en de gemachtigde van het college.

Totstandkoming van het bestreden besluit

  1. Eiseres is een alleenstaande vrouw van 57 jaar en heeft sinds 6 februari 2023 een briefadres op de [adres 1] in Amsterdam. In 2008 is zij vanuit Bulgarije naar Amsterdam gekomen. Eiseres staat ingeschreven in WoningNet, zij had op het moment van de beslissing op bezwaar 8 wachtpunten en 14 zoekpunten. Vanaf 25 juli 2018 tot 6 februari 2023 woonde eiseres op het adres aan de [adres 2] in Amsterdam bij het gezin van haar dochter. De dochter van eiseres is in 2022 naar Heerhugowaard verhuisd en heeft de woning in Amsterdam in 2023 verkocht. Eiseres heeft in 2022 een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 10 augustus 2022 afgewezen. In 2023 heeft eiseres nogmaals een urgentieverklaring aangevraagd, omdat haar medische klachten haar huidige woonsituatie ondraaglijk maken.
3.1. Het college heeft de aanvraag van eiseres geweigerd op grond van twee algemene weigeringsgronden van artikel 2.10.5. eerste lid, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (HVV) en de uitwerking daarvan in de Nadere regels. Aan eiseres is tegengeworpen dat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem (de zogenoemde b-grond) omdat er sprake is van inwoning.[1] Aan eiseres is verder tegengeworpen dat zij het huisvestigingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen (de zogenoemde c-grond) omdat zij met haar dochter kon meeverhuizen.[2] Daarnaast is aan eiseres tegengeworpen dat zij, gelet op haar leeftijd, binnen een redelijke termijn haar woonprobleem kan oplossen, omdat de wachttijd voor seniorenwoningen zeer kort is. In de Nadere regels is bepaald dat niet aan artikel 2.10.8 van de HVV (sociale of medische gronden) wordt getoetst als de aanvraag wordt geweigerd op grond van één van de algemene weigeringsgronden genoemd in artikel 2.10.5 van de HVV. Uit het bestreden besluit blijkt verder dat er volgens het college geen sprake is van een dermate schrijnende situatie dat de hardheidsclausule moet worden toegepast.

Beoordeling door de rechtbank

  1. Eiseres voert aan dat sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Zij heeft geen eigen stabiele woonruimte. Eiseres kan slechts tijdelijk bij familie verblijven en dit zorgt voor overbewoning en spanningen. Daarnaast voert eiseres aan dat zij haar huisvestingsprobleem niet had kunnen voorkomen of oplossen, omdat zij niet met haar dochter kon meeverhuizen. Haar dochter wilde eiseres namelijk niet langer in huis hebben. Eiseres heeft ervoor gekozen om in Amsterdam te blijven, omdat zij hier een sociaal netwerk heeft opgebouwd. Verder voert eiseres aan dat zij lichamelijke en psychische klachten heeft en haar medische situatie door de huidige onzekere woonsituatie niet verbeterd en juist wordt bemoeilijkt. Volgens eiseres is haar woonsituatie van dusdanige aard dat de hardheidsclausule zou moeten worden toegepast.
Algemene weigeringsgronden
  1. De rechtbank overweegt dat in Amsterdam en omstreken sprake is van een groot tekort aan betaalbare sociale huurwoningen. Er gelden lange wachttijden om in aanmerking te komen voor een dergelijke woning. Het college kan met een urgentieverklaring voorrang verlenen op de wachtlijst, maar ook het aantal urgentieverklaringen is in verhouding tot het aantal beschikbare sociale huurwoningen groot. Het beleid in de gemeente Amsterdam voor het toekennen van voorrang op andere woningzoekenden is om die reden heel strikt. Het is vooral gericht op Amsterdamse gezinnen met kinderen die door overmacht dakloos zijn of dreigen te worden en op personen met ernstige medische problemen, gerelateerd aan de woonsituatie.
5.1. Uit artikel 2.10.5, eerste lid, van de Huisvestingsverordening volgt dat het college een urgentieaanvraag moet weigeren als er zich één of meer van de in dat artikel genoemde omstandigheden voordoen. Dit zijn de algemene weigeringsgronden. In de uitwerking van de weigeringsgronden[3] is rekening gehouden met veelvoorkomende situaties waarvoor het door de gemeenteraad ongewenst wordt gevonden urgentie te verlenen. Zoals hiervoor ook al vermeld, wordt dit strikte beleid op zichzelf niet onredelijk geacht, vanwege het tekort aan sociale huurwoningen en de noodzaak om te komen tot een rechtvaardige verdeling van de schaarse woningen die wel beschikbaar komen.
  1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college aan eiseres mogen tegenwerpen dat zij geen urgent huisvestingsprobleem heeft. Volgens het beleid van het college is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem als iemand, met of zonder kinderen, bij een of meerdere huishoudens inwoont. Dit is bij eiseres het geval, zodat deze weigeringsgrond van toepassing is. Eiseres verblijft namelijk sinds 6 februari 2023 afwisselend bij familieleden en een vriendin in Amsterdam en bij haar dochter in Heerhugowaard. Er is geen sprake van rondzwerven zonder dat eiseres weet waar zij die nacht kan verblijven.
6.1. Voor zover eiseres betoogt dat deze weigeringsgrond niet aan kan worden tegengeworpen, omdat het inwonen slechts tijdelijk is en het geen blijvende oplossing is voor haar problematiek, volgt de rechtbank dit niet. Op de zitting heeft eiseres bevestigd dat zij nog steeds bij dezelfde familieleden en vriendin woont. Hoewel inwonen op meerdere adressen geen ideale situatie is en kan zorgen voor spanningen, is eiseres op dit moment niet feitelijk dakloos en heeft zij wel een dak boven haar hoofd. Eiseres heeft verder niet onderbouwd dat zij daadwerkelijk ongewenst is en niet langer op de adressen kan verblijven.
  1. De rechtbank is van oordeel dat het college ook aan eiseres mocht tegenwerpen dat zij het huisvestingsprobleem had kunnen voorkomen. In artikel 2.10.5, eerste lid en onder c, van de HVV is bepaald dat er geen urgentieverklaring wordt verleend, indien de aanvrager het huisvestingsprobleem redelijkerwijs kon voorkomen. Uit het dossier blijkt dat eiseres lange tijd bij haar dochter heeft gewoond en met haar dochter mocht meeverhuizen naar Heerhugowaard. Eiseres heeft verklaard dat zij liever in Amsterdam blijft wonen omdat zij daar haar sociale netwerk heeft. Dit heeft eiseres ook op de zitting bevestigd. Het college stelt daarbij terecht dat wanneer eiseres door die keuze een huisvestingsprobleem krijgt dit voor haar eigen rekening en risico komt. Eiseres heeft immers gekozen om in Amsterdam te blijven zonder te beschikken over een eigen woonruimte.
7.1. De stelling van eiseres dat zij niet mee mag verhuizen met haar dochter, is niet onderbouwd. Op dit moment verblijft eiseres nog steeds wisselend bij haar dochter. Daarnaast heeft de dochter van eiseres bij de urgentieaanvraag in 2022 verklaard dat eiseres mee kan verhuizen maar dit niet wil. De rechtbank begrijpt dat inwonen bij de dochter ook spanningen oplevert en dat eiseres liever in Amsterdam verblijft, maar dit zijn geen omstandigheden die maken dat eiseres voorrang moet krijgen. Eiseres maakt nog steeds aanspraak op een sociale huurwoning in Amsterdam, echter niet op de gevraagde voorrang.
  1. Uit het voorgaande volgt dat het college de weigeringsgronden aan eiseres heeft mogen tegenwerpen. Omdat er sprake is van algemene weigeringsgronden heeft het college terecht besloten de aanvraag niet op medische of sociale gronden te toetsen.
Hardheidsclausule
  1. Als er algemene weigeringsgronden van toepassing zijn, kan onder omstandigheden toch urgentie worden verleend, op grond van de hardheidsclausule. Het uitgangspunt is dat alleen in zeer uitzonderlijke situaties aanleiding bestaat voor toepassing van de hardheidsclausule, gelet op het grote tekort aan sociale huurwoningen en het belang van een rechtvaardige verdeling van de beschikbare woonruimte. Als een beroep wordt gedaan op de hardheidsclausule is het in beginsel aan de aanvrager die een beroep doet op toepassing daarvan om aan te tonen dat de problematiek van een dusdanige aard is dat het college op grond daarvan de aanvrager, boven alle andere woningzoekenden, voorrang moet verlenen. Dat is pas het geval indien er sprake is van een acuut levensbedreigend probleem of anderszins schrijnende situatie.
  1. De rechtbank overweegt dat eiseres bekend is met psychische en lichamelijke problematiek en dat de woonsituatie voor haar niet ideaal is. Echter, niet is gebleken dat er sprake is van een acuut en levensbedreigend probleem dat maakt dat aan eiseres direct voorrang moet worden verleend op de woningmarkt. Eiseres heeft, behalve de verklaring van de psycholoog van 12 april 2023, geen medische stukken overgelegd. Dat eiseres in behandeling is of was bij een psycholoog is niet voldoende voor het toepassen van de hardheidsclausule. Daar komt bij dat uit de verklaring van de psycholoog niet blijkt dat dat haar psychische klachten gerelateerd zijn aan de woonsituatie van eiseres. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanknopingspunten op grond waarvan het college alsnog de medische situatie had moeten laten onderzoeken.
10.1. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres haar zoekprofiel op Woningnet alleen heeft ingesteld op driekamer woningen in de stadsdelen Nieuw-West, West en Noord. Het college heeft daarbij toegelicht dat als eiseres haar zoekprofiel aanpast, zij gelet op haar leeftijd op dit moment al een goede kans maakt op een woning. Eiseres kan namelijk reageren op 55+ woningen. Daarnaast is het van belang dat eiseres reageert op woningen die geschikt zijn voor een alleenstaande en zich niet beperkt tot bepaalde stadsdelen. Deze omstandigheid heeft het college in het kader van de hardheid ook kunnen meewegen.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Het college heeft de aanvraag om een urgentieverklaring mogen afwijzen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr.K.H.E. Swinkels, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 3, onder b, punt 5 van de Nadere regels.
Op grond van artikel 3, onder c, punt 1 van de Nadere regels.
De uitwerking is te vinden in de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. - - - ## Voetnoten
Op grond van artikel 3, onder b, punt 5 van de Nadere regels.
Op grond van artikel 3, onder c, punt 1 van de Nadere regels.
De uitwerking is te vinden in de Nadere regels Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.