Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:5139 - Rechtbank Amsterdam - 24 juli 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:513924 juli 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/1375
(gemachtigden: mr. F.R.G. Keijzer en mr. H.M.W. Hompesch)
en
(gemachtigde: mr. E.M. Mulder).
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een tegemoetkoming op grond van het Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst (het Tijdelijk besluit). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Procesverloop

  1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige uitkering voor Nederlandse ouderen van Surinaamse herkomst. De Svb heeft deze aanvraag met het besluit van 16 augustus 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 januari 2025 op het bezwaar van eiser is de Svb bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 14 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van eiser en de gemachtigde van de Svb.

Totstandkoming van het bestreden besluit

  1. Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk geworden van het Koninkrijk der Nederlanden. Vele rijksgenoten verlieten Suriname vóór die datum om zich in Nederland te vestigen en zo de Nederlandse nationaliteit te behouden.[1] Doordat hun Koninkrijksjaren in Suriname bij de opbouw van het AOW-pensioen[2] niet worden meegerekend, hebben veel Nederlanders van Surinaamse herkomst geen volledige AOW kunnen opbouwen. Betrokkenen ervaren dit als een groot onrecht. Zij stellen dat zij rijksgenoten waren – gezien het gezamenlijke historische verleden van Nederland en Suriname en de vertaling daarvan in het Statuut van 1954 – en dat zij ten onrechte gelijk worden gesteld met andere migranten, die niet uit het Koninkrijk der Nederlanden afkomstig zijn. Zij vinden dat zij als tweederangsburgers worden behandeld en dat zij worden gediscrimineerd. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft met het Tijdelijk besluit als gebaar van erkenning aan een groep ouderen van Surinaamse herkomst een eenmalig bedrag van € 5.000, - per persoon beschikbaar gesteld.
  1. Eiser is in 1949 geboren in Paramaribo in Suriname en in september 1971 naar Nederland vertrokken, naar eigen zeggen met de intentie om in Nederland te blijven. Hij heeft in Nederland een beroepsopleiding gevolgd. Op 13 februari 1975 is hij terug gegaan naar Suriname. Bij de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 heeft eiser de Surinaamse nationaliteit gekregen.[3] Later is eiser naar Curaçao vertrokken waar hij op 13 december 2004 de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. In 2005 is eiser weer in Nederland gaan wonen. Aan eiser is een AOW-pensioen toegekend met een korting van 74%, omdat hij in de perioden van 11 oktober 1964 tot en met 8 september 1971 en van 14 februari 1975 tot en met 31 augustus 2005 niet verzekerd is geweest voor de AOW. Op 10 juli 2024 heeft eiser een tegemoetkoming aangevraagd op grond van het Tijdelijk besluit.
  1. De Svb heeft eisers aanvraag afgewezen, omdat eiser niet voldoet aan alle voorwaarden voor een tegemoetkoming. Eiser woonde op 25 november 1975 in Suriname en heeft op die datum de Surinaamse nationaliteit verkregen. Daardoor behoort hij niet tot de groep ouderen die in aanmerking komen voor het eenmalige gebaar. De intentie die eiser had om de Nederlandse nationaliteit te behouden door zijn verhuizing naar Nederland op 9 september 1971 is niet verwezenlijkt door zijn verhuizing terug naar Suriname vóór de datum van de onafhankelijkheid. Dat eiser noodgedwongen deze keuze heeft moeten maken, maakt niet dat hij voldoet aan de voorwaarden voor het eenmalige bedrag. De Svb kan niet afwijken van de voorwaarden in de regeling.Standpunt van eiser
  1. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Eiser betwist niet dat hij op 25 november 1975 niet in Nederland woonde. Eiser voert aan dat hij door onvoorziene omstandigheden genoodzaakt was om in februari 1975 naar Suriname terug te gaan. Het bestreden besluit is in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel. Eiser heeft van 1969 tot 1971 op Aruba gewoond en heeft in 1971 welbewust de keuze gemaakt om naar Nederland te komen. Hij wilde de Nederlandse nationaliteit behouden. Hij heeft in Nederland studies gevolgd en diploma's behaald. Vanwege de ziekte van zijn dochter was hij genoodzaakt om terug te gaan naar Suriname. In 2004 heeft hij op Curaçao de Nederlandse nationaliteit gekregen en in 2005 heeft hij zich weer in Nederland gevestigd. De Svb heeft deze omstandigheden ten onrechte niet meegewogen. Het beleid van de Svb om consistent de strikte interpretatie van het Tijdelijk besluit toe te passen is onevenredig. Vanwege bijzondere omstandigheden had de Svb op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van dit beleid af moeten wijken. Ten slotte is de afwijzing in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De belangen van eiser zijn niet meegewogen. Eiser behoort tot de groep Surinaamse ouderen die onrecht hebben ervaren omdat ook hij een AOW-pensioengat heeft vanwege zijn verblijf in Suriname. Beoordeling door de rechtbank
  1. De rechtbank beoordeelt of de Svb de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. De rechtbank doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
  1. In artikel 3 van het Tijdelijk besluit zijn de vier voorwaarden voor de eenmalige tegemoetkoming geformuleerd. De aanvrager van de eenmalige tegemoetkoming dient aan al deze voorwaarden te voldoen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. De voorwaarde waar het in de zaak van eiser om gaat is de voorwaarde onder a: een persoon heeft recht op een eenmalig bedrag, indien deze uiterlijk op 25 november 1975 in Nederland is gaan wonen, met het oog op de inwerkingtreding van de Toescheidingsovereenkomst.
  1. De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een gebonden besluit dat is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift. Aangezien er geen beleidsruimte is voor de Svb, hanteert de Svb ook geen eigen beleid met betrekking tot het Tijdelijk besluit. Om die reden slaagt het beroep van eiser op de inherente afwijkingsbevoegdheid van artikel 4:84 van de Awb al niet.
  1. De rechtbank overweegt dat bijzondere omstandigheden kunnen maken dat toepassing van het algemeen verbindend voorschrift zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat de toepassing achterwege moet blijven. Een besluit is onevenredig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbende(n) onredelijk bezwarend is. In dit geval gaat het om de vraag of sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat strikte toepassing van de voorwaarde dat eiser op 25 november 1975 in Nederland moest wonen tot een onevenredige uitkomst leidt waardoor deze voorwaarde buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en motiveert dit als volgt.
  1. Eiser voert aan dat de directe aanleiding voor terugkeer naar Suriname was dat zijn paar maanden oude dochter ernstig ziek was en dat hij op advies van de artsen terug naar Suriname is gegaan, omdat dat beter zou zijn voor het herstel van zijn dochter. Eiser heeft de bijzondere omstandigheden op de zitting uitgebreid toegelicht. Eisers heeft zijn stelling dat hij op advies van de artsen terug is gekeerd echter niet onderbouwd en deze lezing komt ook niet overeen met wat hij op de zitting daarover heeft verteld. Op de zitting heeft eiser verteld dat hij zijn dochter heeft meegenomen uit het ziekenhuis in Nederland toen hij zag dat zij niet meer zo heel erg ziek was. Op de zitting heeft hij ook verteld dat hij naar Suriname terug ging omdat hij een burn-out had. Het ging niet zo goed met hem, hij zat tegen een burn-out aan en toen werd ook nog zijn dochter ziek. De directe aanleiding voor terugkeer naar Suriname was zijn zieke dochter, maar er waren volgens eiser twee redenen om terug te gaan. Eiser heeft zich op dat moment niet gerealiseerd dat hij het Nederlanderschap zou verliezen als hij niet op 25 november 1975 in Nederland zou wonen. Verder heeft eiser op de zitting toegelicht dat het op een gegeven moment in Suriname weer beter ging met zijn dochter maar dat hij vanwege zijn eigen gezondheidssituatie niet in staat was om terug te gaan naar Nederland. Dat hij daartoe niet in staat was, heeft eiser echter pas op de zitting gesteld en niet nader onderbouwd. Het heeft uiteindelijk tot 2005 geduurd voordat hij weer naar Nederland is teruggekeerd.
  1. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen dusdanig bijzondere omstandigheden die maken dat de uitkomst van het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit was mogelijk anders geweest indien eiser concreet (met stukken) had onderbouwd dat hij na het herstel van zijn dochter in Suriname vanwege zijn eigen gezondheidssituatie niet in staat was om uiterlijk op 25 november 1975 naar Nederland terug te keren én hij na 25 november 1975 direct was teruggekeerd zodra dat wél mogelijk was. In dit opzicht verschilt de situatie van eiser van de op zitting besproken uitspraak van deze rechtbank van 26 juni 2025 met zaaknummer AMS 24/6674, waarin een beroep op het evenredigheidsbeginsel wel is gehonoreerd. Dat eiser van 9 september 1971 tot en met 13 februari 1975 in Nederland heeft gewoond kan hem niet baten. De rechtbank is van oordeel dat de situatie van eiser en zijn komst naar Nederland in 2005, zich nu niet onderscheidt van ouderen van Surinaamse herkomst die na de onafhankelijkheid van Suriname hebben besloten naar Nederland te komen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt daarom niet.
  1. De rechtbank is tot slot van oordeel dat niet is gebleken dat het bestreden besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel tot stand is gekomen. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De Svb heeft de aanvraag van eiser terecht afgewezen omdat eiser niet voldoet aan alle voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van het eenmalige bedrag op basis van het Tijdelijk besluit.
  1. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. van der Linden-Kaajan, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit volgt uit de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, Paramaribo.
Een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
Op grond van artikel 3 van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname. - - - ## Voetnoten
Dit volgt uit de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname, Paramaribo.
Een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet.
Op grond van artikel 3 van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname.