Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:4719 - Rechtbank Amsterdam - 25 april 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:4719•25 april 2025
Uitspraak inhoud
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4600
(gemachtigde: mr. N.A. Visser),
en
(gemachtigde: mr. C. Vos).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [bedrijf] uit [locatie 1] (vergunninghouder),
(gemachtigde: mr. J.P.H. de Bruijn).
- Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning die verweerder aan vergunninghouder heeft verleend voor het plaatsen van een trafozuil, type Peperbus (peperbus) in de openbare ruimte. Eisers zijn het hier niet mee eens en stellen onder andere dat het verlenen van een vergunning voor de peperbus in strijd is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Aan de hand van de beroepsgronden van eisers beoordeelt de rechtbank de vraag of verweerder de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen.
Procesverloop
- Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een peperbus. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 22 februari 2024 toegewezen. Met het bestreden besluit van 28 juni 2024 op het bezwaar van eisers is verweerder bij het verlenen van de omgevingsvergunning gebleven.
2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Vergunninghouder heeft ook schriftelijk gereageerd.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, de gemachtigde van verweerder, [naam] (juridisch medewerker van vergunninghouder) en de gemachtigde van vergunninghouder.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
- Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat de omgevingsvergunning is aangevraagd op 20 oktober 2023, blijft in dit geval de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing.
[1]
3.1. Vergunninghouder is een netbeheerder en heeft afspraken gemaakt met verweerder om de stad Amsterdam van voldoende elektriciteit te voorzien. Zij hebben daartoe een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een peperbus van 4,9 meter hoog en 2 meter breed in de openbare ruimte voor het gebouw op de locatie [adres 1] in Amsterdam (het project). Eisers wonen aan de [adres 2] (op de begane grond en de eerste verdieping).
3.2. Op 22 februari 2024 heeft verweerder de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Hieraan legt verweerder het volgende ten grondslag. Ter plaatse van het project geldt het bestemmingsplan ' [locatie 2] 2012' (het bestemmingsplan). Het project is gelegen op gronden met de enkelbestemming 'Verkeer'. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor nutsvoorzieningen.[2] De omgevingsvergunning is verleend voor de activiteiten 'bouwen'[3] en 'afwijken van het bestemmingsplan'[4] . Dat motiveert verweerder als volgt.
3.3. Het project is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de maximale bouwhoogte van 3 meter met 1,9 meter wordt overschreden.[5] In het bestemmingsplan is een mogelijkheid opgenomen om van de bouw - en gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan af te wijken, in die zin dat het bouwen van gebouwen voor nutsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximaal vloeroppervlak van 25m² is toegestaan.[6]
3.4. De peperbus is een zogenoemd 'middenspanningsruimte-bouwwerk'(MSR-bouwwerk). Het afwijkingenbeleid in het bestemmingsplan bevat geen regels voor het plaatsen van dit soort bouwwerken. Daarom dient verweerder een individuele belangenafweging te maken. Afwijken is mogelijk als de peperbus niet in strijd is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Volgens verweerder is van strijd met dit criterium geen sprake en dus besluit verweerder om van de bepalingen van het bestemmingsplan af te wijken.
3.5. Verweerder licht daarbij toe dat de aanvraag dient te worden bezien in een bredere context, namelijk de toenemende vraag naar elektriciteit. Het huidige Amsterdamse elektriciteitsnetwerk voorziet niet in deze vraag. Twee netbeheerders, waaronder vergunninghouder, moeten dit netwerk de komende jaren fors uitbreiden. Dat gebeurt onder meer door het plaatsen van MSR-bouwwerken die zorgen voor stroom bij de voordeuren van woningen en bij laadpalen. De gemeente Amsterdam heeft samen met de regionale netbeheerder van vergunninghouder het 'Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam' opgesteld en vastgesteld om in de gemeente Amsterdam tot 2050 ongeveer 2.600 nieuwe elektriciteitshuisjes te plaatsen. De aanvraag van vergunninghouder voor de peperbus is er daar een van. Verder dienen de elektriciteitshuisjes te worden geplaatst op een locatie niet verder dan 200 meter van de woningen die zij van stroom moeten voorzien. Ook dienen de kabels zo kort mogelijk te zijn, want hoe korter de kabels, hoe krachtiger de stroom blijft. De locatie van het project van vergunninghouder voldoet aan deze eisen. Voor MSR-bouwwerken is een beleidskader in de maak, maar vooruitlopend daarop heeft verweerder voor dit project een maatwerkafweging gemaakt en rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
3.6. Verder stelt verweerder dat de locatie van het project is gekozen door een integraal team van de gemeente Amsterdam. Het project ligt in een zone die zo min mogelijk afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarnaast ligt het project aan de rand van een brede stoep, zodat het voetgangers niet belemmert. Verder bevindt het project zich voor een brede gevel van een hotel. Dit gebouw heeft geen woonfunctie, waardoor dit de plaatsing minder bezwaarlijk maakt. Ook is de peperbus optimaal gepositioneerd ten opzichte van de bestaande bomenrij in de [adres 1] . Door de peperbus in de bomenrij te plaatsen, wordt deze enigszins aan het zicht onttrokken en hebben de contouren een minimale impact op het beschermde stadsgezicht aldaar. Bovendien raken er hierdoor geen grote boomwortels beschadigd. Tot slot staat de peperbus ver genoeg af van de kruising van de [adres 1] met de [adres 3] waardoor de zichtlijnen richting de [adres 1] vrij blijven en de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Zo worden voetgangers en fietsers niet belemmerd. Gelet op het voorgaande, vindt verweerder het project ruimtelijk aanvaardbaar.
3.7. Daarnaast heeft wederom een integraal team van de gemeente Amsterdam op deze locatie voor plaatsing van een peperbus in plaats van een standaard model elektriciteitshuisje (een rechthoekig gebouw) gekozen vanwege hele locatie-specifieke aspecten. De peperbus is rond en hoger dan het standaardmodel, maar heeft een beduidend kleinere footprint. Het standaardmodel heeft een groter oppervlakte waardoor dit het zicht meer belemmert dan een peperbus. Stedenbouwkundig gezien is het volume door zijn ronde vorm alzijdig en minder massief. Ook is de ronde, hoge vorm met een bescheiden footprint minder storend in de openbare ruimte dan een groot, hoog, rechthoekig volume. De peperbus is al met al veel beter inpasbaar te maken voor deze specifieke locatie in de bestaande bomenrij. Het plaatsen van een dergelijk bouwwerk met een hoogte van 3 meter is in het bestemmingsplan al toegestaan en volgens verweerder zorgt de overschrijding van de bouwhoogte met 1,9 meter niet voor onevenredige gevolgen voor het woon - en leefklimaat ter plaatse.
3.8. Gelet op het voorgaande voldoet het project, indien de voorschriften in de omgevingsvergunning in acht worden genomen, volgens verweerder aan de toetsingscriteria voor de activiteit 'planologisch strijdig gebruik'. Verweerder verleent daarom een omgevingsvergunning om van het bestemmingsplan te mogen afwijken.
3.9. Met het bestreden besluit is verweerder bij het verlenen van de omgevingsvergunning gebleven.
Het toetsingskader
- De beslissing om al dan niet met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan is een bevoegdheid van verweerder, waarbij verweerder beleidsruimte heeft. De rechtbank toetst of verweerder in redelijkheid kon besluiten om de omgevingsvergunning te verlenen.
4.1. Bij de vraag of de activiteit waarvoor een vergunning is aangevraagd in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, dient verweerder ook de gevolgen voor het woon - en leefklimaat in ogenschouw te nemen. Dat er sprake zal zijn van een beïnvloeding van het woon - en leefklimaat van eisers staat vast, maar een enkele beïnvloeding daarvan maakt nog niet dat verweerder om die reden de omgevingsvergunning in redelijkheid niet heeft kunnen verlenen. Van belang is of de beïnvloeding van het woon - en leefklimaat onaanvaardbaar is.[7]
De beroepsgronden
Is de peperbus in strijd met het criterium van een goede ruimtelijke ordening?
Toenemende vraag naar elektriciteit
- Eisers stellen dat de toenemende vraag naar elektriciteit geen excuus mag zijn voor het plaatsen van een enorme peperbus pal voor hun woning en het naastgelegen hotel. De toenemende vraag naar elektriciteit kan daarnaast geen rol spelen bij de toets van de peperbus aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening.
5.1. Naar het oordeel van de rechtbank kan de toenemende vraag naar elektriciteit wel degelijk een rol spelen bij de vraag of de peperbus in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De voorzieningen en woningen in een wijk dienen namelijk voorzien te worden van stroom, anders kan hiervan geen gebruik worden gemaakt en zijn zij nutteloos. Daarbij heeft verweerder in de omgevingsvergunning toegelicht dat de uitbreiding van MSR-bouwwerken noodzakelijk is om extra stroom bij de voordeuren van woningen en laadpalen te realiseren. Dit maakt onderdeel uit van de ruimtelijke ordening.
Standaard elektriciteitshuisje of peperbus
- Eisers stellen dat verweerder niet duidelijk maakt waarom er is gekozen voor een peperbus in plaats van een standaard elektriciteitshuisje.
6.1. De rechtbank overweegt dat verweerder beslist op basis van een aanvraag. Vergunninghouder heeft een peperbus aangevraagd en daarom heeft verweerder ook beoordeeld of een omgevingsvergunning voor een peperbus kan worden verleend. In de omgevingsvergunning en bijvoorbeeld ook tijdens de hoorzitting heeft verweerder toegelicht waarom op de locatie voor een peperbus is gekozen. Dat komt er kort gezegd op neer dat een peperbus weliswaar rond en hoger is dan het standaardmodel, maar wel een beduidend kleinere footprint heeft. Ook is de peperbus beter inpasbaar te maken in de bestaande bomenrij van deze specifieke locatie. De contouren hebben daarom een minimale impact op het beschermde stadsgezicht van de [adres 1] . Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder wel degelijk gemotiveerd waarom voor een peperbus is gekozen.
Belemmering van uitzicht en lichtinval – strijd met het motiveringsbeginsel
- Eisers stellen verder dat de peperbus zorgt voor een aanzienlijke vermindering van het zicht vanuit hun woning. Ook zorgt de peperbus voor schaduwwerking op hun woning en dat belemmert de lichtinval. Volgens eisers gaat verweerder hier in het bestreden besluit niet op in en dat is in strijd met het motiveringsbeginsel.
7.1. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit heeft opgenomen dat de effecten op het woon - en leefklimaat door het plaatsen van de peperbus beperkt zijn. De peperbus is zodanig gepositioneerd dat er slechts sprake is van een schuin uitzicht op de peperbus, waardoor de visuele impact voor omwonenden zo minimaal mogelijk is. Dat geldt ook voor het uitzicht van eisers. Naar het oordeel van de rechtbank is van strijd met het motiveringsbeginsel daarom geen sprake.
7.2. Hoewel te verwachten is dat het plaatsen van een peperbus leidt tot een vermindering van uitzicht en een afname van lichtinval en de rechtbank ook kan begrijpen dat dit voor eisers vervelend is, is de juridisch relevante vraag of dit onaanvaardbaar is en er dus strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Gelet daarop vindt de rechtbank het van belang om te benadrukken dat de peperbus een bouwhoogte heeft van 4,9 meter en daarmee de toegestane bouwhoogte uit het bestemmingsplan met 1,9 meter overschrijdt. Voor de vraag of verweerder de gevraagde omgevingsvergunning in redelijkheid heeft kunnen verlenen, is dus van belang of een afwijking van de maximale bouwhoogte van 1,9 meter onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon - en leefklimaat ter plaatse. Daarbij mag worden meegewogen dat de negatieve gevolgen van een bouwplan ook kunnen worden veroorzaakt door de fysieke realisering van een bouwplan dat in overeenstemming is met het betreffende bestemmingsplan en zelfs vergunningsvrij kan worden gerealiseerd.[8] Dat betekent dat verweerder in dit geval bij de belangenafweging heeft mogen betrekken dat het bestemmingsplan ter plaatse al een bouwwerk met een bouwhoogte tot 3 meter en een maximale oppervlakte van 15 m² toestaat.
7.3. Wat betreft het uitzicht overweegt de rechtbank als volgt. Volgens vaste rechtspraak bestaat er geen recht op een blijvend vrij uitzicht.[9] In dit geval gaat het om een stedelijke omgeving, waar een belemmering van het uitzicht vaak moeilijk te vermijden is als een bouwplan wordt gerealiseerd. Het uitzicht van eisers wordt niet geheel ontnomen, omdat eisers schuin uitzicht hebben op de peperbus. Volgens verweerder is de visuele impact daarom beperkt. Verder heeft verweerder meegewogen dat de negatieve gevolgen van het bouwplan voor het afnemende uitzicht ook kunnen worden veroorzaakt door de maximale toegestane invulling van het bestemmingsplan, waarbij een elektriciteitskast van 3 meter hoog en een maximaal oppervlak van 15 m² mag worden gerealiseerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat de belemmering van het uitzicht van eisers niet zodanig onevenredig is dat dit in strijd komt met de goede ruimtelijke ordening.
7.4. Wat betreft de afname van lichtinval geldt dat dit geen beoordelingsaspect is binnen de kaders van de goede ruimtelijke ordening, maar dat met name wordt gekeken naar bezonning. Volgens verweerder is de invloed van de peperbus op de bezonning echter beperkt en zijn er geen aanwijzingen dat niet wordt voldaan aan de TNO-normen. Bovendien waarborgt het Bouwbesluit 2012 de minimale daglichttoetredingseisen en is er volgens verweerder geen reden om aan te nemen dat hier niet aan wordt voldaan. Ondanks de plaatsing van de peperbus, blijft voldoende licht toetreden via het raam van de woning van eisers. Bovendien zou een elektriciteitshuisje van 3 meter hoog dat op grond van het bestemmingsplan is toegestaan de lichtinval ook deels hebben belemmerd. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit standpunt van verweerder niet klopt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de verminderde lichtinval niet zodanig onevenredig is dat dit in strijd komt met de goede ruimtelijke ordening.
Locatie van de peperbus – strijd met het motiveringsbeginsel
- Eisers stellen daarnaast dat verweerder niet gebonden is aan de ingediende aanvraag en dat er alternatieve locaties zijn waar de peperbus had kunnen worden geplaatst. Bijvoorbeeld in de middenberm op de [adres 1] of op dan wel rondom het terrein van de school aan de [adres 4] . Daarbij heeft verweerder aangegeven dat de peperbus minder opvallend is doordat deze in een rij bomen is geplaatst, maar volgens eisers valt de peperbus juist heel erg op.
8.1. Verweerder heeft toegelicht dat bij het plaatsen van een transformatorhuisje in de middenberm er op korte termijn een extra elektriciteitsvoorziening in de wijk moet worden geplaatst. Dit is op de hoorzitting ook uitgebreid door vergunninghouder toegelicht en uitgelegd in het advies van de bezwaarschriftencommissie. De stroombehoefte in de wijk is bepalend voor de meest geschikte locatie voor de peperbus. Onderhavige locatie is beoordeeld als de meest geschikte locatie, omdat er dan maar één voorziening in de berm hoeft te worden geplaatst. Tot slot dient de peperbus in openbaar gebied te worden gerealiseerd, omdat deze voldoende toegankelijk dient te zijn voor onderhoud en beheer.
8.2. De rechtbank overweegt dat het aan vergunninghouder is om te bepalen voor welk bouwplan zij een aanvraag indient. Dat mag ook een aanvraag zijn die afwijkt van het geldende bestemmingsplan. Verweerder dient op het aangevraagde bouwplan te beslissen. Indien dat bouwplan op zichzelf voor verweerder aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking leiden, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van één of meer alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.[10]
8.3. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. Vergunninghouder heeft toegelicht dat bij het plaatsen van een elektriciteitshuisje in de middenberm het noodzakelijk is om een tweede station ergens in de wijk te plaatsen. Immers, hoe langer de kabels, hoe groter de kans op onderspanning. Het is wenselijker om één elektriciteitshuisje te plaatsen aan de rand van de wijk. Er is daarom geen sprake van een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren. Daarbij wil de gemeente Amsterdam de groenstrook ook behouden als monumentale as, zonder objecten. Tot slot kan de peperbus ook niet op of rondom het terrein van de school worden geplaatst. De peperbus wordt geplaatst voor de energievoorziening van het gehele gebied rondom de [adres 1] en de [adres 3] en dus niet uitsluitend voor de school. Zoals al tijdens de hoorzitting door vergunninghouder is toegelicht, kan de peperbus niet op het terrein van de school worden gerealiseerd, omdat dit geen toegankelijk openbaar gebied betreft. Ook bij deze locatie is geen sprake van een gelijkwaardig resultaat met aanmerkelijk minder bezwaren.
De peperbus zal leiden tot een toename van de verkeersonveiligheid
- Verder voeren eisers aan dat de peperbus zal leiden tot een toename van de verkeersonveiligheid. Verweerder heeft dat niet goed ingeschat.
9.1. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Verweerder heeft in het bestreden besluit toegelicht dat een verkeersveiligheidsexpert de locatie heeft beoordeeld en heeft aangegeven dat de plaatsing van de peperbus geen significant negatief effect heeft op de verkeersveiligheid. Hoewel er incidenteel ongelukken gebeuren met fietsers, verandert dit niets aan de algemene beoordeling van de situatie, aldus de expert. Bovendien is de verkeersveiligheid op de [adres 1] , in vergelijking met andere delen van de stad, zeer goed. Ook het feit dat er toeristen die in het hotel verblijven fietsen gebruiken, maakt de beoordeling niet anders. Bovendien hebben eisers geen rapport overgelegd of anderszins aannemelijk gemaakt dat dit advies van de verkeersveiligheidsexpert niet klopt. Naar het oordeel van de rechtbank kon verweerder daarom op basis van deze expertise concluderen dat het project op de onderhavige locatie niet zorgt voor een toename van de verkeersonveiligheid.
Waardevermindering woning
- Eisers stellen zich tot slot op het standpunt dat door de afname van uitzicht en bezonning de waarde van hun woning zal dalen.
10.1. De rechtbank overweegt dat eisers hun standpunt niet hebben onderbouwd met een rapport. Dit is op de zitting ook door eisers bevestigd. Daargelaten dat eisers de gestelde waardevermindering niet hebben onderbouwd, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat een eventuele waardevermindering van de woning zodanig groot zal zijn dat verweerder bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten de omgevingsvergunning te verlenen. Dit standpunt van eisers volgt de rechtbank daarom niet.
Conclusie en gevolgen
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid een omgevingsvergunning voor de peperbus heeft kunnen verlenen en dat de peperbus dus niet in strijd is met het criterium van een goede ruimtelijke ordening.
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van mr.M.M. Mazurel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet.
Zie artikel 14.1 van het bestemmingsplan.
Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo.
Als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo.
Zie artikel 14.2.2, onder b, onder 1, van het bestemmingsplan.
Zie artikel 28, onder a, onder 1 en artikel 14.2.2, onder b, onder 1, van het bestemmingsplan.
Zie bijv. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 8 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019: 1483.
Zie bijv. de uitspraak van de Afdeling van 16 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1259.
Zie bijv. de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:503.
Zie bijv. de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:112. - - - ## Voetnoten