Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:4236 - Rechtbank Amsterdam - 23 juni 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:423623 juni 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/7175
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en mr. J. Oude Egbrink),
en
(gemachtigden: mr. P. Blok, [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] ).
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres. Eiseres had subsidie op grond van de 'Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden' (de Regeling) aangevraagd. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Procesverloop

  1. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor subsidie voor haar project '[naam project]'. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 29 april 2024 afgewezen, omdat op het moment dat eiseres haar aanvraag indiende het subsidieplafond was bereikt.[1] Met het bestreden besluit van 30 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van eiseres en de gemachtigden van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Wijze van verdeling
  1. Eiseres voert aan dat een loting had moeten plaatsvinden. Op grond van artikel 6 van de Regeling is voor de vraag welke aanvragen ingewilligd worden als het subsidieplafond bereikt wordt, de volgorde van binnenkomst bepalend. In de toelichting op dit artikel wordt verwezen naar artikel 2.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (de Kaderregeling). Hierin staat dat, als het subsidieplafond wordt bereikt, de onderlinge rangschikking van aanvragen die op hetzelfde tijdstip zijn ontvangen door middel van loting moeten worden vastgesteld. Als er inderdaad geen aanvragen op precies hetzelfde moment zijn binnengekomen door de digitale indiening, zoals de minister zegt, zou dit volgens eiseres betekenen dat er nooit een loting hoeft plaats te vinden, omdat aanvragen (vrijwel) nooit op dezelfde minuut en seconde zullen worden ontvangen. Daarmee zou de in de toelichting genoemde loting zinledig zijn. Volgens eiseres kan 'hetzelfde tijdstip' daarom niet anders worden uitgelegd dan als 'dezelfde dag'. Eiseres verwijst ter nadere onderbouwing naar de toelichting op artikel 2.3 van de Kaderregeling. Hierin staat dat er ook voorzien is in de situatie dat in verband met het subsidieplafond niet alle aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, gehonoreerd kunnen worden. In dat geval wordt de volgorde bij loting bepaald.
3.1. De minister blijft bij zijn standpunt dat uit artikel 6, eerste lid, van de Regeling ondubbelzinnig volgt dat de aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Er zijn geen aanvragen op hetzelfde tijdstip binnengekomen, waardoor er geen loting plaats hoefde te vinden. Er is dus geen sprake van een situatie zoals beschreven in artikel 2.3, eerste lid en onder b, van de Kaderregeling. Het tijdstip van binnenkomst kon vanwege de digitale indiening van de aanvragen tot op de seconde nauwkeurig worden bepaald, waardoor precies kon worden bepaald bij welke aanvraag het subsidieplafond werd overschreden.
3.2. Het betoog van eiseres slaagt niet. De rechtbank moet uitleg geven aan het begrip 'het behandelen van aanvragen op volgorde van binnenkomst' uit artikel 6 van de Regeling. Aangezien hier in de toelichting geen uitleg aan is gegeven, overweegt de rechtbank dat met die zinsnede in het normale spraakgebruik bedoeld wordt dat de aanvragen gerangschikt worden naar het moment dat deze binnenkomen. Als eerste wordt de eerst binnengekomen aanvraag behandeld en daarna de aanvraag die daarna is ingediend, en zo verder tot het subsidieplafond is bereikt. Daarnaast is bij de uitleg van belang dat aanvragen als de onderhavige alleen digitaal kunnen worden ingediend[2], waardoor het tijdstip van indiening en daarmee de rangschikking tot op de seconde nauwkeurig is te bepalen. De minister heeft gesteld dat er geen aanvragen op exact hetzelfde tijdstip zijn ingediend en eiseres heeft dat standpunt ook niet als zodanig betwist. De rechtbank heeft dan ook geen reden om daaraan te twijfelen. De minister heeft daarom kunnen concluderen dat niet toegekomen wordt aan artikel 2.3, eerste lid en onder b, van de Kaderregeling.
3.3. De rechtbank gaat dus niet mee in de uitleg van eiseres dat aanvragen die op dezelfde dag zijn ingediend, gelijk in de rangschikking staan en de rangschikking nog nader bepaald moet worden door een loting. De rangschikking is namelijk al bepaald door te kijken naar het tijdstip, waaronder de rechtbank verstaat: een moment in de tijd dat nader gespecificeerd kan worden naar een datum, een uur, minuten en (honderdsten van) seconden. Het feit dat in de toelichting op artikel 6 van de Regeling wordt verwezen naar artikel 2.3 van de Kaderregeling maakt dit niet anders. De Kaderregeling is immers van toepassing op meer subsidieregelingen, waarbij aanvragen niet noodzakelijkerwijs digitaal moeten worden ingediend. Omdat 'hetzelfde tijdstip' naar het oordeel van de rechtbank gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet uitgelegd kan worden als 'dezelfde dag', kan er niet de betekenis aan toegekend worden die eiseres bepleit.
Openbaarheid verdelingsprocedure
  1. Eiseres betoogt dat de minister de verdelingsprocedure niet op de juiste wijze openbaar heeft gemaakt. Eiseres verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 juli 2018[3]. Hieruit volgt dat een passende mate van openbaarheid moet worden verzekerd met betrekking tot de beschikbaarheid van een schaarse subsidie, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de toe te passen criteria. Door af te zien van een loting, is er geen passende mate van openbaarheid toegepast, aldus eiseres.
4.1. Dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de verdelingsprocedure op een passende manier openbaar gemaakt door deze vast te leggen in de Regeling. Er is geen sprake geweest van een wijziging van de procedure. Zoals hierboven ook overwogen, was de Regeling voldoende duidelijk over de wijze waarop de verdelingsprocedure was ingericht en was er geen aanleiding om aan te nemen dat een loting zou plaatsvinden.
Openstelling aanvraagtijdvak
  1. Eiseres richt tot slot een grond tegen het feit dat de minister de regeling een week te laat heeft opengesteld. Eiseres betoogt dat de minister de openstelling van het aanvraagvak niet mocht wijzigen. Het tijdstip van openstelling volgt rechtstreeks uit de Regeling. Het stond de minister niet vrij dit algemeen verbindend voorschrift terzijde te schuiven. Het is niet uitgesloten dat het wijzigen van de openstelling tot gevolg heeft gehad dat andere aanvragen dan de aanvraag van eiseres eerder zijn ontvangen. De minister had er ook voor kunnen kiezen de Regeling te wijzigen. Nu dit niet is gedaan en dit niet meer achteraf hersteld kan worden, mag de overschrijding van het subsidieplafond eiseres niet worden tegengeworpen.
5.1. De minister heeft hiertegen ingebracht dat de uitgestelde opening binnen het aanvraagtijdvak viel en het uitstel helder en tijdig is gecommuniceerd. Daardoor was er voor alle aanvragers een gelijke kans om op de nieuwe datum een aanvraag in te dienen. De reden van het uitstel was een verstoring in een ander digitaal systeem een week voorafgaand aan het tijdvak, waardoor de minister zekerheidshalve heeft besloten het tijdvak later open te stellen.
5.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet in strijd met de Regeling gehandeld, omdat het elektronische aanvraagformulier binnen het aanvankelijk in de Regeling vastgestelde aanvraagtijdvak is opengesteld. In de Regeling staat dat de mogelijkheid tot het indienen van aanvragen alleen binnen het door de minister vastgestelde aanvraagtijdvak kan.[4] Het aanvraagtijdvak liep van [datum 1] 2024 09.00 uur tot en met [datum 2] 2024 17.00 uur.[5] Het elektronische aanvraagformulier zou op [datum 1] 2024 om 09.00 uur opengesteld worden, maar dit is uitgesteld naar [datum 3] 2024 om 09.00 uur (met nog altijd [datum 2] 2024 17.00 uur als einde van het tijdvak). Dit is dus binnen het aanvraagtijdvak.
5.3. Hoewel het ongelukkig is dat het elektronische aanvraagformulier niet direct bij aanvang van het aanvraagtijdvak is opengesteld, heeft de minister voldoende duidelijk gemaakt dat het in dit geval zorgvuldiger was om de openstelling uit te stellen. De minister heeft het uitstel tijdig via meerdere kanalen gecommuniceerd, zodat alle aanvragers gelijke kansen hadden om hun aanvraag alsnog een week later in te dienen. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting bevestigd dat hij ver in het Paasweekend van 2024, dat liep van 31 maart tot en met 1 april, op de hoogte raakte van het uitstel. Dit was een week en daarmee ruim voor de datum van de nieuwe openstelling. De gemachtigde van eiseres heeft gesteld dat desalniettemin een ongelijk speelveld is ontstaan, omdat het de gemachtigde niet was gelukt om op [datum 3] 2024 voldoende geschikte medewerkers aan het werk te hebben om de aanvraag van eiseres en andere opdrachtgevers in te dienen. De gemachtigde heeft echter niet onderbouwd dat hij organisatorisch zodanig in de knel kwam dat hij niet in staat was om de aanvra(a)g(en) direct bij openstelling van het tijdvak in te dienen. Benadeling door de latere openstelling blijkt dus niet. Het komt daarbij voor risico van de gemachtigde dat hij meerdere opdrachten om een aanvraag in te dienen aanneemt, te meer nu hij het registreren van een account pas heeft gedaan op de dag van de openstelling van het tijdvak, terwijl deze handeling juist al voor openstelling van het tijdvak had kunnen plaatsvinden en dit tijd had gescheeld bij het doen van de aanvra(a)g(en). Ook op dit punt krijgt eiseres dus geen gelijk.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de aanvraag om subsidie terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C.S. van Limburg Stirum, voorzitter, en mr. M.C. Eggink en mr. M.F. Zaagsma, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet - en regelgeving

Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden
Artikel 4. Subsidieplafond
  1. De mogelijkheid tot het indienen van aanvragen voor subsidie bestaat slechts gedurende door de minister vastgestelde aanvraagtijdvakken.
Artikel 5. Aanvraagtijdvakken
  1. Het twaalfde aanvraagtijdvak loopt van [datum 1] 2024 09.00 uur tot en met [datum 2] 2024 17.00 uur en is bestemd voor aanvragen voor het uitvoeren van een activiteitenplan door arbeidsorganisaties. Het subsidieplafond voor het twaalfde aanvraagtijdvak bedraagt € 100.000.000.
Artikel 6. Rangschikking
  1. Voor het bepalen van het bereiken van een subsidieplafond binnen een aanvraagtijdvak worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld.
  1. Alleen volledige subsidieaanvragen worden in behandeling genomen.
  1. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen 3 weken na de mededeling van de minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de aanvrager.
  1. Voor onvolledige subsidieaanvragen geldt, na aanvulling door de aanvrager, als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.
Toelichting op artikel 6. Rangschikking
    <footnoteReference id="_7dd09f22-6ab8-4e2a-b9a8-13c0cb53e48b">[6]</footnoteReference>
In dit artikel wordt geregeld dat subsidieaanvragen worden behandeld op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen. Op grond van artikel 2.3 van de Kaderregeling geldt dat wanneer de hoofdaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld om zijn onvolledige subsidieaanvraag aan te vullen, het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag geldt als het tijdstip van ontvangst van de aanvraag.
Wanneer subsidieaanvragen niet voldoen aan de eis van volledigheid zullen deze niet in behandeling worden genomen. Als het aanvraagtijdvak op het moment van afwijzing nog openstaat, kan de aanvrager een nieuwe, herziene aanvraag indienen. Deze aanvraag wordt dan in de volgorde van de behandeling van de aanvragen op de nieuwe datum van ontvangst geregistreerd.
Artikel 16a. Subsidieaanvraag activiteitenplan door arbeidsorganisatie
  1. De subsidieaanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend door middel van een elektronisch aanvraagformulier […]
Artikel 18. Weigeringsgronden
De aanvraag tot verlening van subsidie voor het uitvoeren van een activiteitenplan wordt in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd indien naar het oordeel van de minister:
[…]
i. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, in een aanvraagtijdvak wordt overschreden.
Artikel 2.3. Uitwerking wijze van verdeling
  1. Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen wordt verdeeld:
  1. Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag na onderlinge afweging van de aanvragen wordt verdeeld, geeft de minister die aanvragen voorrang die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking.
Toelichting op artikel 2.3
Deze bepaling regelt de situatie waarin een ongenoegzame aanvraag is ingediend en de aanvrager met inachtneming van artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid wordt gesteld de aanvraag aan te vullen. In dat geval is de datum van ontvangst van de volledige aanvraag bepalend voor de rangschikking op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Indien het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag na onderlinge afweging van de aanvragen wordt verdeeld, is niet op voorhand aan te geven wat de gevolgen zijn van een ongenoegzame aanvraag. Dat is onder meer afhankelijk van de geconstateerde tekortkoming. Kleine formele gebreken wegen minder zwaar dan grote inhoudelijke onvolkomenheden. Verder kan het aantal aanvragen van belang zijn en of de beschikbare middelen worden uitgeput. Afhankelijk van de omstandigheden kan besloten worden de oorspronkelijke aanvraag te behandelen en ten behoeve van de verdeling van de beschikbare middelen met de andere aanvragen te vergelijken. Het is echter ook mogelijk dat de gelegenheid wordt geboden de aanvraag krachtens artikel 4:5 van de Awb aan te vullen alvorens tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan.
Er is ook voorzien in de situatie dat in verband met het subsidieplafond niet alle aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, gehonoreerd kunnen worden. In dat geval wordt de volgorde bij loting bepaald.
In deze bepaling is voorts uitgewerkt hoe het tendersysteem werkt. Aanvragen worden gerangschikt naar hun bijdrage aan de doelstellingen van de subsidieverstrekking. De beste aanvragen worden gehonoreerd tot het geld op is.
Op grond van artikel 18, onder i, van de Regeling.
Zie artikel 16a, tweede lid, van de Regeling.
ECLI:NL:RVS:2018:2310.
Zie artikel 4, tweede lid, van de Regeling.
Zie artikel 5, vijftiende lid, van de Regeling.
Zie Staatscourant 2021, 2522. - - - ## Voetnoten
Op grond van artikel 18, onder i, van de Regeling.
Zie artikel 16a, tweede lid, van de Regeling.
ECLI:NL:RVS:2018:2310.
Zie artikel 4, tweede lid, van de Regeling.
Zie artikel 5, vijftiende lid, van de Regeling.
Zie Staatscourant 2021, 2522.