Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2025:4182 - Rechtbank Amsterdam - 20 juni 2025
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2025:4182•20 juni 2025
Uitspraak inhoud
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/6300
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
**Waternet, namens de heffingsambtenaar van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht en de gem. Amsterdam,**verweerder
( [gemachtigde verweerder] ).
Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de verweerder van 10 september 2024 (de bestreden uitspraak).
1.1. Met het primaire besluit van 17 augustus 2024 heeft de verweerder aan eiseres een aanslag waterschapsbelasting voor belastingjaar 2024 opgelegd voor de onroerende zaak [adres] in Amsterdam ten bedrage van € 445,25.
1.2. Met de bestreden uitspraak op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.
1.3. De verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4. De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van de verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
- Eiseres komt op tegen de aanslag van 17 augustus 2024 waarbij aan haar de waterschapsbelasting, waaronder de watersysteemheffing eigenaar en zuiveringsheffing woonruimte zijn opgelegd. In geschil is of verweerder deze aanslag terecht heeft opgelegd.
2.1. Eiseres stelt dat de verhoging van de waterschapsbelasting onrechtmatig en onredelijk is, omdat deze in belangrijke mate voortkomt uit interne organisatorische problemen bij de verweerder.
2.2. De rechtbank is in beginsel niet bevoegd om over het in de Verordening vastgelegde tarief te oordelen, tenzij deze tariefstelling in strijd is met een hogere wettelijke regeling, leidt tot willekeurige of onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van deze bevoegdheid niet op het oog kan hebben gehad of in strijd is met enig rechtsbeginsel.
2.3. Op grond van artikel 110 van de Waterschapswet is het vaststellen van een belastingverordening een bevoegdheid van het algemeen bestuur. Op grond van artikel 111 van de Waterschapswet is de vaststelling van de tarieven een zelfstandige bevoegdheid van het algemeen bestuur. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden heeft het algemeen bestuur beleidsvrijheid.
2.4. Verweerder voert aan dat het waterschap twee hoofdtaken heeft: het watersysteembeheer en het zuiveringsbeheer. Ter dekking van de kosten van deze taken heft het waterschap watersysteemheffingen, verontreinigingsheffing en zuiveringsheffing. Het tarief voor de verontreinigingsheffing voor 2024 bedraagt € 170,30 per huishouden per jaar. Voor 2023 bedroeg dit € 138,48. Het tarief voor de zuiveringsheffing voor 2024 bedraagt € 91,65 per vervuilingseenheid per jaar. Voor 2023 bedroeg dit tarief € 62,37 per vervuilingseenheid per jaar. Het waterschap maakt geen winst en geen verlies. De recente tariefstijging wordt vooral veroorzaakt door noodzakelijke investeringen in het watersysteem en de rioolwaterzuivering. Hoewel het waterschap jarenlang reserves heeft aangewend om belastingtarieven te dempen, is dit op dit moment niet langer voldoende. In het verweerschrift heeft verweerder bovendien een link bijgevoegd naar de begroting van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht voor het jaar 2024.[1] Uit deze begroting blijkt dat de totale begroting in 2024 is gestegen van € 242,7 miljoen naar € 309,9 miljoen, een toename van € 67,2 miljoen. Enkel 6% van deze stijging heeft betrekking op de kosten van bedrijfsvoering, wat neerkomt op ongeveer vier miljoen euro. De overige kosten zien voornamelijk op beheer en onderhoud, aanzuiveren reserves en normale ontwikkelingen.
2.5. De rechtbank is niet bevoegd zich uit te laten over de bedrijfsvoering van organisaties, ook niet als het gaat om een overheidsinstantie. De vaststelling van het tarief van de waterschapsbelasting is een zelfstandige bevoegdheid van het Hoogheemraadschap. De rechtbank volgt de toelichting van verweerder en acht het niet onredelijk dat de kosten voor onder meer de noodzakelijke investeringen en de kosten voor de bedrijfsvoering worden doorberekend aan de inwoners van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Gezien de duidelijke onderbouwing en de beleidsvrijheid die het algemeen bestuur toekomt, is er geen reden om aan te nemen dat de heffing in strijd is met de Waterschapswet of enige hogere wettelijke regeling. De rechtbank concludeert dan ook dat de aanslagen terecht zijn gehandhaafd en dat het standpunt van verweerder volledig rechtvaardig is.
Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr.A. Kasimu, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.
Digitaal beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie: https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2023-52387/1/bijlage/exb-2023-52387.pdf - - - ## Voetnoten