Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:3495 - Rechtbank Amsterdam - 30 mei 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:349530 mei 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/1489
(gemachtigde: mr. R.S. Pot),
en
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

Procesverloop

  1. Het college heeft met het besluit van 21 september 2023 de aanvraag voor een GPK-bestuurder toegewezen en de aanvraag voor een GPK-passagier afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 februari 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag voor een GPK-passagier gebleven.
2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2. De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit
  1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een GPK. In het kader van deze aanvraag en de bezwaarprocedure heeft de GGD meermaals advies uitgebracht. De GGD-arts heeft geconcludeerd dat eiser zich zonder de hulp van een ander, met de gebruikelijke loophulpmiddelen, redelijkerwijs niet over een afstand van meer dan 100 meter aaneengesloten kan voortbewegen.[1] Eiser is echter niet van "deur tot deur" afhankelijk van de ondersteuning door een ander.[2] De GGD-arts heeft gelet hierop geadviseerd de aanvraag voor de GPK-bestuurder toe te kennen en de GPK-passagier af te wijzen. Het college heeft het advies van de GGD overgenomen in het bestreden besluit.
Mocht het college de aanvraag van eiser voor een GPK-passagier afwijzen?
  1. Eiser voert aan dat het opmerkelijk is dat aan hem wel een GPK-bestuurder is toegekend, maar geen GPK-passagier gelet op zijn medische situatie. Eiser heeft meermaals uitdrukkelijk aangegeven de GPK-bestuurder niet te willen. Eiser kan zeer moeilijk lopen door een gebroken been die door ijzer aan elkaar wordt gehouden. Eiser is al jong slachtoffer geworden van een verkeersongeluk en staat op de wachtlijst om een definitieve operatie te ondergaan om dit na jaren te herstellen.
4.1. De rechtbank stelt voorop dat duidelijk is dat eiser veel tegengeslagen heeft gehad in zijn leven. Eiser is op zesjarige leeftijd aangereden en hierdoor was zijn linkerbeen gebroken. Eiser kreeg vervolgens een botontsteking en het ontstoken bot moest worden verwijderd waardoor een verschil in beenlengte ontstond. Op zestienjarige leeftijd kreeg eiser een beenverlenging. Eiser heeft een traumatische periode in zijn jeugd gehad met meerdere ingrijpende operaties. In 2022 heeft eiser bovendien een fractuur in zijn bovenbeen opgelopen waardoor hij niet kon lopen en gebruik maakte van een rolstoel. In 2024 is eiser opnieuw geopereerd aan zijn been. Op de zitting heeft eiser ook laten zien dat hij in de afgelopen drie jaar niet normaal op een stoel of in de auto kon zitten. Eiser heeft toegelicht dat hij zich niet serieus genomen voelt door het college, terwijl er het nodige met hem aan de hand is en hij hulp nodig heeft.
4.2. De rechtbank neemt dit verhaal van eiser voor waar aan. Het college heeft het ook niet betwist. De rechtbank heeft eiser op de zitting ook gezien en gesproken. Ook daarmee werd duidelijk dat eiser lijdt aan verschillende handicaps. De rechtbank kan eiser daar echter niet van genezen, net zo min als het college dat kan.
4.3. De rechtbank heeft er verder goede nota van genomen dat eiser geen GPK-bestuurder wil.
4.4. Dat maakt echter niet dat eiser wel voldoet aan de eisen voor een GPK-passagier. Daarbij speelt de vraag of eiser ondanks zijn forse medische beperkingen en handicaps continue afhankelijk is van de hulp van een ander. Uit de medische stukken kan niet afgeleid worden dat eiser om medische redenen niet in staat is om even alleen te wachten op een bankje als hij wordt afgezet door de bestuurder. De rechtbank heeft eiser hier ook uitdrukkelijk naar gevraagd op de zitting. Hetgeen door eiser is aangevoerd bevat geen argumenten om te denken dat eiser medisch gezien niet alleen even kan wachten op een bankje.
4.5. Uit het dossier blijkt verder dat de communicatie tussen eiser en het college niet goed is verlopen. De rechtbank heeft op de zitting aan eiser gevraagd waar het hem (naast de parkeerkaart) in deze procedure verder om gaat, zoals bijvoorbeeld een (schade)vergoeding van de gemaakte (reis)kosten. Eiser heeft dit echter niet concreet kunnen maken in deze procedure. De gemachtigde van het college heeft op de zitting de bereidheid uitgesproken om een dergelijk verzoek in behandeling te nemen, al dan niet in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Daar kan de rechtbank op dit moment verder niet over oordelen.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van
mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 1, eerste lid, onder a van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
Artikel 1, eerste lid, onder b van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart. - - - ## Voetnoten
Artikel 1, eerste lid, onder a van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
Artikel 1, eerste lid, onder b van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.