Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2025:3233 - Rechtbank Amsterdam - 27 mei 2025

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2025:323327 mei 2025

Uitspraak inhoud

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/5023
en
(gemachtigde: mr. G. Eind).

Procesverloop

  1. Deze uitspraak gaat over de het verzoek van verzoeker om schadevergoeding als gevolg van onrechtmatig handelen van de Svb.
1.1. De Svb heeft aan verzoeker op 25 juli 2024 een schadevergoeding toegekend van € 2.654,-.
1.2. Verzoeker is het niet eens met de hoogte van de toegekende schadevergoeding. De Svb heeft het verzoek doorgestuurd naar deze rechtbank.
1.3. Verzoeker heeft het verzoek aangevuld op 30 augustus 2024 en op 13 april 2025.
1.4. De rechtbank heeft het verzoek op 13 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, [naam] en de gemachtigde van de Svb.

Inleiding

2.1. Verzoeker heeft op 13 augustus 2023 per e-mail aan de Svb gemeld dat [partner] is overleden en gevraagd of hij namens de weduwe de akte van overlijden naar de Svb kan mailen.
2.2. De Svb heeft verzoeker vervolgens in zijn administratie en in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) als overleden geregistreerd en het AOW-pensioen van verzoeker beëindigd en dat van zijn partner aangepast. De Svb heeft ook Aegon en betrokken ketenpartners ingelicht.
2.3. Met besluiten van 25 augustus 2025 heeft de Svb de AOW-uitkeringen van verzoeker en zijn partner hersteld. De Svb heeft toegezegd de kosten van een nieuw paspoort of identiteitskaart te vergoeden als deze ongeldig verklaard worden door het onterecht doorgegeven overlijden.
2.4. Verzoeker heeft problemen gehad als gevolg van de foutieve administratieve handelingen van de Svb met zijn andere pensioenen, de Spaanse ziektekostenverzekering, de Svb Curacao, zijn paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs, stemrecht en de Kamer van Koophandel. Deze problemen heeft verzoeker zelf op moeten lossen.
2.5. Op 28 november 2023 heeft verzoeker een klacht ingediend bij de Svb. Op 9 maart 2024 heeft de Svb de klacht van verzoeker gegrond verklaard. De Svb heeft alle gegevens in het systeem gecorrigeerd en de door de vergissing veroorzaakte kosten voor een nieuw paspoort van € 555,15 aan verzoeker vergoed. De Svb vraagt eiser zijn verzoek om een aanvullende schadevergoeding te onderbouwen met bewijsstukken en een specificatie. Onderwerp van deze procedure
3.1. Op 25 juli 2024 heeft de Svb verzoeker een schadevergoeding van € 2.654, - toegekend. Verzoeker stelt dat hij meer dan 200 uur bezig is geweest om de problemen op te lossen. De Svb vergoedt deze uren op basis van het bruto minimumloon van € 13,27. De Svb wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat het onvoldoende is onderbouwd.
3.2. Op 6 augustus 2024 heeft verzoeker aan de Svb laten weten dat hij het niet eens is met de hoogte van de schadevergoeding. Verzoeker maakt aanspraak op € 20.000,-. Volgens verzoeker heeft hij vrijwel alles zelf moeten uitzoeken en oplossen. Daarbij ging het niet, zoals de Svb stelt, om simpele administratieve werkzaamheden. Het bruto minimumloon is daarom volstrekt ontoereikend. Verzoeker maakt aanspraak op een urenvergoeding van € 100,-. Daarnaast is hij nog minimaal 20 uur bezig geweest met de kwestie. Verder maakt verzoeker aanspraak op immateriële schadevergoeding, waarvoor nog onderbouwing volgt.
3.3. De Svb heeft het bezwaar van verzoeker doorgestuurd aan de rechtbank als verzoek om schadevergoeding. Beoordeling door de rechtbank
  1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voor zover van belang, is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van a. een onrechtmatig besluit en b. een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit.[1]
  1. De rechtbank stelt vast dat de schade waarvoor verzoeker aanspraak maakt op een vergoeding niet het gevolg is van een van de in artikel 8:88 van de Awb genoemde oorzaken. Zoals verzoeker op de zitting heeft erkend gaat het ook niet om een onrechtmatige voorbereidingshandeling naar een besluit, zodat ook geen beroep mogelijk is op artikel 8:88, eerste lid, onder b, van de Awb. De abusievelijke registratie door de Svb is een administratieve handeling, die veel nare gevolgen teweeg heeft gebracht die, zoals eiser op de zitting heeft verklaard, pas in januari 2025 allemaal opgelost waren.
  1. De rechtbank is daarom van oordeel dat de bestuursrechter niet bevoegd is om over het verzoek om schadevergoeding te oordelen. Verzoeker kan zijn vordering uitsluitend instellen bij de burgerlijke rechter. Dat een procedure bij de burgerlijke rechter kostbaarder is dan een procedure bij de bestuursrechter, maakt dit niet anders.[2]

Conclusie en gevolgen

  1. De rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Kalse-Spoon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via "Formulieren en inloggen" op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2242.
De rechtbank wijst op de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:178. - - - ## Voetnoten
Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 22 september 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2242.
De rechtbank wijst op de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 18 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:178.