Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2024:8953 - Rechtbank Amsterdam - 20 november 2024
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2024:8953•20 november 2024
Uitspraak inhoud
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/749495 / HA ZA 24-377
Vonnis van 20 november 2024
in de zaak van
INNAX DUURZAME ENERGIE B.V.,
te Veenendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: Innax,
advocaat: mr. H. van der Wilt,
tegen
1 G & S & B.V.,
te Amsterdam,2. KONDOR WESSELS PROJECTEN B.V.,
te Rijssen,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: G&S c.s. (afzonderlijk G&S en Kondor Wessels),
advocaat: mr. T.C. Boer.
1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 4 april 2024 - de akte overlegging producties van eiser (1 t/m 27) - de aanvullende akte overlegging (ontbrekende) producties bij dagvaarding van eiser (28 t/m 34) - de conclusie van antwoord, met producties (1 t/m 3) - het tussenvonnis van 24 juli 2024, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 oktober 2024, met de daarin genoemde processtukken (waarmee productie 28 tot en met 38 van eiser en productie 4 tot en met 10 van gedaagden tot het procesdossier zijn gaan behoren); - de brief van 18 oktober 2024 van mr. Boer, met een reactie op het proces-verbaal.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
2.1. De gemeente Utrecht (hierna: de gemeente) heeft in de zomer van 2017 een aanbestedingstraject gestart voor het plan [naam project] , een nieuwbouwproject van twee multifunctionele, groene hoogbouwtorens in het centrum van de stad Utrecht (hierna: het project).
2.2. G&S en Kondor Wessels, de moedervennootschap van G&S, hebben de aanbesteding voor het project (tender) gewonnen. Op verzoek van G&S c.s. had Innax voor wat betreft het energieconcept daarvoor informatie verstrekt die is opgenomen in het zogenoemde 'bidbook'.
2.3. G&S c.s. heeft in 2017 een partnerbrief opgesteld die onder meer aan Innax is toegezonden, waarin staat, voor zover hier van belang:
"(…) Het ontwikkelconsortium bestaat uit G&S Vastgoed en KondorWessels Projecten. (…) De afgelopen maanden hebben wij in een intensief, maar inspirerend proces samen met de gemeente Utrecht onze visie voor [naam project] uitgewerkt naar een totaal concept.
(…) U kunt nu beginnen met het lezen van onze ambitie voor [naam project] , omschreven in het bidbook. (…)"
2.4. Medio 2017 heeft G&S c.s. met de gemeente een reserveringsovereenkomst voor de duur van een jaar gesloten, op basis waarvan het plan verder zou worden uitgewerkt in een voorlopig ontwerp (VO) en een definitief ontwerp (DO). Op basis van een mogelijk daarna te sluiten uitgifteovereenkomst zou G&S c.s. het project daadwerkelijk kunnen gaan realiseren.
2.5. Innax heeft op 16 november 2017 een offerte voor het VO en een bijbehorende kostenbegroting uitgebracht. Nog voordat partijen daarover definitieve overeenstemming hadden bereikt, heeft Innax op 16 februari 2018 een VO opgesteld. In dit VO zijn vijf keuzevarianten opgenomen op basis van een zogenoemd laagtemperatuursysteem.
2.6. Bij brief van 23 maart 2018 heeft Innax een vernieuwde offerte voor het gehele project (inclusief VO) tot en met de realisatie en exploitatie van het ontwerp aan G&S c.s. toegezonden. Daarin staat (met verbetering van kennelijke spelfouten), voor zover hier van belang:
" (…) Doelstellingen
Met deze aanbieding trachten we te komen tot een samenwerkingsovereenkomst voor het complete ontwerp, financiering, realisatie en exploitatie met betrekking tot de duurzame energievoorziening in het project [naam project] (…).
2. Uitgangspunten offerte
(…) • De opdrachtgever kan de overeenkomst op ieder moment schriftelijk beëindigen. Alle kosten die tot dat moment door INNAX gemaakt zijn zullen dan volledig en per direct door G&S Vastgoed BV betaald worden.
• Bij schriftelijke beëindiging van de overeenkomst heeft INNAX recht op een extra vergoeding van
€ 0,5 Mio bovenop de overeengekomen vergoedingen voor het VO en DO. (…)
3. Omschrijving van de werkzaamheden
(…) Voorontwerp (…)
• Het meedenken en controleren van de door Arcadis uit te voeren haalbaarheidsstudies, zoals EPC varianten, energieopslag en energieopwekkingsconcepten, inzake energie, comfort en smart building oplossingen; (…)
6. Betalingscondities voorontwerp en definitief ontwerp
Wij stellen voor de advieskosten voor deze VO fase als volgt in rekening te brengen:
3.1 Voorontwerp € 50.000 van de advieskosten (…) worden per direct gefactureerd door INNAX (…) Het restant van de VO fase is voor rekening en risico van INNAX en zal worden geactiveerd in de stichtingskosten van de Comfort & Energie B.V. (…)
(…)
Indien G&S vastgoed besluit om na de DO fase zelf of met een andere partij de realisatie en exploitatie van het project verder vorm te geven dan worden de nog niet betaalde vergoedingen van het VO en DO direct betaald en vermeerderd met de additionele vergoeding van € 0,5 Mio. (…)"
2.7. Bij brief van 6 juni 2018 heeft G&S c.s. aan Innax bericht, voor zover hier van belang:
"Hierbij verstrekken wij Innax opdracht voor de advieskosten voor de VO fase (excl. de vergunning WKO) in het kader van het project [naam project] te Utrecht een en ander conform uw offerte d.d. 23 maart 2018 (…). Partijen zullen in nader overleg treden over de wijze waarop de vervolgfasen vorm worden gegeven.
De werkzaamheden worden uitgevoerd tegen een honorarium van € 50.000,- - (…) exclusief btw. (…)
In principe kan op voorhand geen sprake zijn van aanvullende werkzaamheden tenzij deze expliciet gevraagd zijn door G&S Vastgoed/KondorWessels Projecten. Deze werkzaamheden komen slechts in aanmerking voor verrekening voorafgaand aan de werkzaamheden en zijn goedgekeurd door G&S Vastgoed/KondorWessels Projecten. (…)"
2.8. Bij e-mail van 25 juni 2018 heeft G&S aan Innax bericht, voor zover hier van belang:
"(…) De opdracht ziet vooralsnog alleen toe op VO-fase. Voor het vervolgtraject zullen we op termijn nieuwe afspraken moeten maken."
2.9. Innax heeft eind juni 2018 de eerste termijn van € 25.000,- - exclusief BTW aan advieskosten in rekening gebracht bij G&S c.s. (ieder voor de helft) en dit bedraag betaald gekregen.
2.10. Bij e-mail van 6 november 2018 heeft G&S aan Innax bericht, voor zover hier relevant:
"De afgelopen periode is team [naam project] druk doende geweest om het VO goedgekeurd te krijgen door de gemeente Utrecht, het contracteren van beleggers en het optimaliseren van het ontwerp. (…)
Omdat wij op korte termijn het VO gaan afronden en het DO willen opstarten, is nu het moment aangekomen om een definitieve energieconcept keuze te maken en alle financiële uitgangspunten helder te hebben. (…)
Uit het overleg wat we vorige week hadden over waterstof begrijp ik echter dat jullie nog allerlei scenario's in de lucht houden en aan het bekijken zijn. Toch is dit het moment om definitieve keuzes te maken in energieconcept en uitvoerende partijen. (…)
Concreet daarom de volgende vragen:
-
- Graag zien wij van Innax een business plan/aanbieding voor het leveren en aanbrengen van de WKO met SV tot in de woningen/andere aansluiting, met een plaatje van vastrecht en verbruikskosten per type gebruiker;*
-
- Graag zien wij van Innax een business plan/aanbieding voor het leveren en plaatsen van afdoende PV cellen op het dak van [locatie] en een andere positie binnen 10 km t.b.v. de overige benodigde PV cellen.*
Op basis hiervan kunnen we keuzes maken en tot actie/afspraken en contracten over gaan. Gezien ook het ontwerp stadium zaak dat we bij start DO ook deze zaken duidelijk hebben gezien het ruimte beslag en de installatie gevolgen binnen de gebouwen en de kelder.
Graag zien wij deze aanbiedingen binnen 3 weken tegemoet. (…)"
2.11. G&S heeft Innax eind november 2018 onder meer verzocht om een nieuwe bieding uit te brengen op basis van een hoog temperatuursysteem.
2.12. Innax heeft vervolgens op 10 januari 2019 een indicatieve bieding gedaan voor een hoog temperatuursysteem. Daarin staat, voor zover van belang:
"Als voor of na het DO de SOK condities en/of aansluitvoorwaarden gewijzigd worden dan zal dit een effect hebben op de BAK (…)
De gehele opwekkingsinstallatie (…) dient te voldoen aan het nog te maken DO (…)
Als alternatief kan er een langere periode overwogen worden (25-30 jaar) wat een mogelijk positief effect kan hebben op de BAK. Hetgeen verder uitgewerkt wordt in de DO-fase. (…)
Ontwerpkosten DO dienen nog in opdracht gegeven te worden door opdrachtgever. (…)
Gedurende de DO fase spreken partijen de uitgangspunten & aansluitvoorwaarden af (…)
Zoals aangegeven in de variantenstudie gedurende VO-fase heeft de huidige installatievariant (…) niet de voorkeur. (…)
Ons voorstel is dit (…) uit te werken en waar mogelijk te optimaliseren in de DO fase. (…)
De indicatieve aanbieding is op basis van de beschreven uitgangspunten. In het ontwikkel-/ontwerpproces is eventueel nog ruimte voor optimalisatie. (…)"
2.13. Bij e-mail van 15 februari 2019 heeft Innax een 'Aanbieding duurzame energievoorziening [naam project] ' aan G&S verzonden met toepassing van een laag temperatuursysteem.
2.14. Op 4 maart 2019 heeft G&S telefonisch en op 5 maart 2019 per e-mail aan Innax bericht dat de definitieve aanbieding van Innax geen reden is om met haar het vervolgtraject in te gaan en dat zij een betere aanbieding van een andere partij [Eneco, rb] heeft gekregen.
2.15. Bij e-mail van 13 mei 2019 heeft Innax de tweede termijn van € 25.000,- - exclusief BTW aan advieskosten aan G&S c.s. (ieder voor de helft) gefactureerd en betaald gekregen.
2.16. Bij e-mail van 16 oktober 2019 heeft Innax aanspraak gemaakt op betaling van een beëindigingsvergoeding van € 500.000,- - exclusief BTW en aanvullende advieskosten van
€ 49.281,61 exclusief BTW (hierna: de afrekening) met als bijlage een specificatie van die advieskosten. G&S c.s. heeft aansprakelijkheid afgewezen en dit niet betaald.
3 Het geschil
3.1. Innax vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van G&S c.s. tot betaling van:
Primair:
- € 59.630,75 inclusief BTW aan advieskosten VO-fase en DO-fase;
- € 605.000,- - inclusief BTW aan afkoopsom;
Subsidiair (vergoeding gedeeltelijk positief contractsbelang):
- € 59.630,75 inclusief BTW aan advieskosten VO-fase en DO-fase;
- € 310.439,16 aan winst - en risico-opslag;
Meer subsidiair (vergoeding negatief contractsbelang):
- € 59.630,75 inclusief BTW aan advieskosten VO-fase en DO-fase,
Primair en (meer) subsidiair:
- buitengerechtelijke incassokosten;
- proceskosten, inclusief nakosten,
alle vorderingen (behalve 6) te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente.
3.2. Innax legt aan haar vorderingen samengevat het volgende ten grondslag.
G&S c.s. is gehouden tot nakoming van de overeenkomst, die bestaat uit het aanbod in de offerte van 23 maart 2018 en de aanvaarding van G&S c.s. van 6 juni 2018.
G&S c.s. heeft Innax daarmee opdracht gegeven voor het opstellen van een VO en voor aanvullende werkzaamheden na oplevering van het VO en voor het opstellen van het DO. Omdat G&S c.s. de samenwerking tussen partijen heeft beëindigd, moet zij op grond van de paragrafen 2 en 6 van de geaccordeerde offerte de daadwerkelijk gemaakte advieskosten in de VO-fase en de DO-fase van € 49.281,61 exclusief BTW (€ 59.630,75 inclusief BTW) en een afkoopsom van € 500.000,- - exclusief BTW (€ 605.000,- - inclusief BTW) aan Innax betalen. Voor zover de rechtbank oordeelt dat nog geen sprake zou zijn geweest van een DO-fase en/of van opgedragen aanvullende werkzaamheden, stond het G&S c.s. niet vrij om in dit vergevorderde stadium van de ontwerpfase de samenwerking te beëindigen. G&S c.s. is in dat geval ook gehouden om de advieskosten en tenminste een deel van het positief contractsbelang te betalen. Dit gedeelte betreft in ieder geval de gemiste winst - en risico-opslag in verband met de inkoopkosten voor het gehele project van € 310.439,16.
Meer subsidiair stelt Innax dat G&S c.s. wegens afgebroken onderhandelingen en op grond van dwaling het negatieve contractsbelang, te weten voornoemde advieskosten, moet vergoeden. Als Innax had geweten dat Eneco al sinds november 2017 in beeld was, had zij na oplevering van de eerste versie van het VO niet de werkzaamheden en inspanningen verricht die zij daarna nog gedurende een jaar heeft verricht. In ieder geval moet voor die werkzaamheden een redelijk loon door G&S c.s. worden betaald, aldus Innax.
3.3. G&S c.s. voert samengevat het volgende verweer. G&S c.s. heeft in haar brief van
6 juni 2018 de offerte van Innax van 23 maart 2018 alleen aanvaard voor zover die offerte betrekking had op werkzaamheden in de VO-fase. Zij heeft de overeengekomen vergoeding voor die werkzaamheden ook aan Innax betaald. G&S c.s. heeft de offerte ten aanzien van de afkoopsom en de aanvullende kosten niet aanvaard. Bovendien zou zij deze ingevolge paragraaf 6 van de offerte pas verschuldigd zijn als G&S c.s. zou besluiten om na de DO-fase met een andere partij de realisatie - en exploitatie van het project verder vorm te geven. De DO-fase is G&S c.s. echter nooit met Innax ingegaan. G&S c.s. heeft geen opdracht aan Innax verstrekt om werkzaamheden in de DO-fase te verrichten. Het VO van Innax is nooit goedgekeurd en al het werk viel nog onder de VO-fase. Er is ook geen sprake van opzegging of beëindiging van de overeenkomst. G&S c.s. heeft besloten het vervolgtraject niet met Innax in te gaan. Het voorgaande brengt mee dat ook van afgebroken onderhandelingen geen sprake is. G&S c.s. concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Innax in de kosten van deze procedure.
3.4. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Omvang opdracht
4.1. Allereerst is aan de orde de omvang van de door G&S c.s. aan Innax verstrekte opdracht. Daarover verschillen partijen van mening. Voor de beoordeling daarvan is van belang waarover partijen wilsovereenstemming hebben bereikt.
4.2. In de opdrachtbrief van 6 juni 2018 van G&S c.s. (zie hiervoor onder 2.7) staat dat G&S c.s. Innax opdracht verstrekt voor de advieskosten voor de VO-fase overeenkomstig de offerte van Innax (van 23 maart 2018) tegen betaling van € 50.000,--. Uit die stukken in samenhang bezien is duidelijk dat de wilsovereenstemming tussen partijen in ieder geval zag op het aanleveren van een VO voor € 50.000,--. In zoverre heeft G&S c.s. de offerte van Innax aanvaard. Uit de e-mail van G&S van 25 juni 2018 (zie hiervoor onder 2.8) blijkt dat de opdracht van 6 juni 2018 beperkt was tot de VO-fase. Daarin staat immers: *"De opdracht ziet vooralsnog alleen toe op VO-fase. Voor het vervolgtraject zullen we op termijn nieuwe afspraken moeten maken."*Vast staat dat Innax die opdracht ook heeft uitgevoerd en daarvoor betaald heeft gekregen.
4.3. Dat partijen overeenstemming zouden hebben bereikt over de aanlevering van het DO door Innax is onvoldoende komen vast te staan. Innax heeft niet onderbouwd waaruit de opdracht voor de DO-fase van G&S c.s. concreet blijkt en tegen welke voorwaarden die opdracht zou zijn verstrekt. De opdracht was expliciet beperkt tot de VO-fase.
4.4. Uit de stellingen van Innax maakt de rechtbank op dat volgens Innax de werkzaamheden voor het VO zonder strikte scheiding overliepen in het uitwerken van een DO. Dat de opdracht aan Innax zich gaandeweg met instemming van G&S c.s. heeft uitgestrekt tot de DO-fase vindt echter geen steun in het dossier. In de e-mail van G&S c.s. van 6 november 2018 (zie hiervoor onder 2.10) staat dat de VO-fase toen nog niet was afgerond en dat de DO-fase nog niet was ingegaan. Verder blijkt uit de tekst van de indicatieve bieding van 10 januari 2019 (zie hiervoor onder 2.14) van Innax dat ook volgens Innax nog moest worden gestart met de DO-fase. Zo staan in de indicatieve bieding de volgende zinsneden: *"Als voor of na het DO", "het nog te maken DO", "hetgeen verder uitgewerkt wordt in de DO-fase", "Ontwerpkosten DO dienen nog in opdracht te worden gegeven door opdrachtgever" en "Ons voorstel is dit in nader overleg (…) uit te werken en waar mogelijk te optimaliseren in de DO-fase".*Dit vindt ook steun in de door Innax overgelegde specificatie bij de afrekening waaruit blijkt dat het overgrote merendeel van haar werkzaamheden (ook na de gestelde oplevering van het VO) volgens hun omschrijving nog zag op de VO-fase.
4.5. Tussenconclusie: Het voorgaande leidt dan ook tot de conclusie dat G&S c.s. Innax alleen heeft opgedragen om werkzaamheden in de VO-fase te verrichten. Er bestond geen wilsovereenstemming tussen partijen over een opdracht in de DO-fase en de DO-fase was nog niet aangevangen. Hierna komt aan de orde wat dit oordeel betekent voor de ingestelde vorderingen.
Geen afkoopsom verschuldigd
4.6. Innax stelt dat G&S c.s. de overeenkomst moet nakomen in die zin dat zij bij het verbreken van de samenwerking de overeengekomen afkoopsom en de aanvullende kosten moet betalen.
4.7. In de offerte van 23 maart 2018 is een afkoopsom en een vergoeding voor aanvullende kosten opgenomen. In paragraaf 2 staat:"Bij schriftelijke beëindiging van de overeenkomst heeft INNAX recht op een extra vergoeding van € 0,5 Mio bovenop de overeengekomen vergoedingen voor het VO en DO".In paragraaf 6 staat:"Indien G&S vastgoed besluit om na de DO fase zelf of met een andere partij de realisatie en exploitatie van het project verder vorm te geven dan worden de nog niet betaalde vergoedingen van het VO en DO direct betaald en vermeerderd met de additionele vergoeding van € 0,5 Mio. (…)"
Uit die bewoordingen in samenhang gelezen volgt dat, zoals G&S c.s. betoogt, partijen de bedoeling hadden dat G&S c.s. de afkoopsom en de aanvullende kosten pas hoeft te betalen als zij na aanlevering van het DO door Innax zou besluiten met een andere partij de realisatie - en exploitatiefase van het project in te gaan. Dit was met het oog op de door Innax te maken investeringen. Er zijn geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van Innax dat partijen niet hebben bedoeld om de afkoopsom specifiek te koppelen aan de DO-fase.
4.8. Er is geen opdracht verleend aan Innax voor het opstellen van DO en de DO-fase is niet aangevangen. Deze bepaling biedt dan ook geen grondslag voor toewijzing van de gevorderde afkoopsom of vergoeding van aanvullende werkzaamheden.
Geen schadeplicht wegens afgebroken onderhandelingen
4.9. Innax stelt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat partijen een overeenkomst voor de realisatie - en exploitatiefase zouden sluiten, zodat het G&S c.s. niet vrij stond om de samenwerking te beëindigen en niet verder te onderhandelen met Innax. G&S c.s. is als gevolg daarvan volgens Innax schadeplichtig.
4.10. De rechtbank volgt het betoog van Innax niet om de volgende redenen.
4.11. Als uitgangspunt geldt dat iedere partij vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van een overeenkomst onaanvaardbaar zou zijn.
4.12. Innax heeft onvoldoende onderbouwd op grond waarvan zij erop mocht vertrouwen dat zij tot en met de exploitatie betrokken zou zijn bij het project en dat G&S daartoe met haar tot verdere afspraken zou komen. De bijdrage van Innax aan de winnende tender maakt haar nog geen onderdeel van het consortium. Uit de stukken blijkt voldoende dat het winnende consortium (uitsluitend) bestaat uit G&S c.s. De brief van de gemeente van 30 juni 2017, waarin staat dat het consortium het VO en DO mag doen, heeft dan ook slechts betrekking op G&S c.s. Verder wordt in de partnerbrief G&S c.s. als consortium vermeld. Dat de gemeente in voornoemd verslag bij de vermelding van de aanwezigen bij het overleg Innax heeft opgenomen onder het kopje van het consortium is in het licht van het voorgaande onvoldoende om hen die rol toe te dichten.
4.13. G&S c.s. heeft de opdracht expliciet beperkt tot het aanleveren van een VO. Verder heeft G&S c.s. voldoende toegelicht dat zij ook helemaal geen toezeggingen kon doen voor een verdere samenwerking, laat staan tot en met de exploitatiefase. G&S c.s. had aanvankelijk zelf slechts een reserveringsovereenkomst en geen zekerheid over de mogelijkheid tot realisatie van het project. Het kon dus ook niet de bedoeling zijn geweest van G&S c.s. om al begin/medio 2018 met Innax te contracteren voor het gehele traject tot en met de exploitatiefase.
4.14. Dat Innax in haar offerte wel mikt op een samenwerking voor het gehele traject maakt niet dat zij erop mocht vertrouwen dat G&S c.s. daarin mee zou gaan. Weliswaar komt in de correspondentie een aantal keer terug dat partijen over de vervolgfasen in overleg zullen treden, maar gelet op de algemene bewoording daarvan mocht Innax daaruit niet het vertrouwen ontlenen dat zij (hoe dan ook) met G&S c.s. tot concrete afspraken zou kunnen komen (ongeacht de hoogte van het door Innax geoffreerde) en dat Innax tot en met de realisatiefase werk opgedragen zou krijgen.
4.15. Verder is het verzoek van G&S c.s. om een offerte uit te brengen, anders dan Innax stelt, niet aan te merken als een aanvullende opdracht maar veeleer als een uitnodiging om mee te dingen naar een eventuele opdracht. Uit het dossier kan worden opgemaakt dat Innax inspanningen heeft geleverd in de hoop en wellicht de - niet door G&S c.s. gewekte, maar wel bij Innax levende - verwachting, dat zij bij het project betrokken zou blijven. Dit dient echter voor haar risico te blijven. Van Innax als professionele partij had mogen verwacht dat zij wist of had moeten begrijpen dat met het uitbrengen van een aanbieding nog lang niet zeker was dat zij voor de vervolgfasen van het onderhavige project in aanmerking zou komen.
4.16. Op grond van het voorgaande is de slotsom dat van het onrechtmatig afbreken van onderhandelingen geen sprake is geweest. In feite is het gegaan zoals G&S c.s. stelt, namelijk dat zij heeft besloten het vervolgtraject na het VO niet met Innax in te gaan en niet dat G&S c.s. een lopende samenwerking met het oog op gezamenlijke realisatie van het project heeft beëindigd. Het voorgaande leidt ertoe dat er geen grondslag bestaat voor toewijzing van de gevorderde vergoeding van een positief contractsbelang en ook niet van een negatief contractsbelang.
Advieskosten (aanvullend werk)
4.17. Innax stelt dat G&S c.s. voor aanvullende opdrachten die Innax voor G&S c.s. heeft uitgevoerd in ieder geval redelijk loon is verschuldigd voor de werkzaamheden die zij heeft verricht. Tijdens de zitting heeft Innax toegelicht dat de aanvullende opdrachten blijkens de e-mail van 6 november 2018 zien op het uitwerken van een extra variant en op het opstellen van een business plan/aanbieding voor het leveren en plaatsen van de WKO en afdoende PV cellen.
4.18. Met G&S c.s. is de rechtbank van oordeel dat het uitwerken van diverse varianten in het kader van de VO-fase onderdeel is van de door haar opgedragen werkzaamheden. Het ging om het optimaliseren van het VO. In de offerte van 23 maart 2018 (zie hiervoor onder 2.6) wordt ook gesproken over het meedenken over en het uitwerken van varianten. Het had op de weg van Innax gelegen om, als zij de indruk had dat zij werkzaamheden ging doen die buiten de opdracht vielen en waarvoor zij een aparte vergoeding wilde, dit onder de aandacht te brengen bij G&S c.s. Dat heeft zij niet gedaan. Voor zover Innax korting heeft gegeven in de offerte voor de VO-fase in de verwachting dat zij dit later in het traject zou kunnen terugverdienen, kan zij die keuze niet ten laste van G&S c.s. brengen. Er is dan ook geen grondslag voor toewijzing van redelijk loon.
4.19. In aansluiting op hetgeen hiervoor onder 4.15 is overwogen kan het uitnodigen van Innax tot het doen van een aanbieding (offerte) niet worden gezien als een aanvullende opdracht en blijven eventuele kosten die daarmee gemoeid zijn voor rekening van Innax.
Geen dwaling
4.20. Tijdens de zitting heeft Innax voor het eerst een summier beroep op dwaling gedaan door te stellen dat zij, als zij had geweten dat Eneco al sinds november 2017 stond 'opgelijnd' voor het project, na oplevering van het VO geen werkzaamheden meer had verricht. Dit is een blote stelling die niet nader is toegelicht en onderbouwd. Het gaat hier om professionele partijen. Als Innax exclusiviteit had gewild in de samenwerking, dan had zij dat moeten bedingen. Dat is niet gebeurd. Deze grondslag kan dan ook evenmin tot toewijzing van de gevorderde kosten leiden.
Proceskosten
4.21. Innax is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van G&S c.s. worden begroot op:
4.22. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De rechtbank
5.1. wijst de vorderingen van Innax af,
5.2. veroordeelt Innax in de proceskosten van € 13.799,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Innax niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3. veroordeelt Innax tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, rechter, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.