Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:7442 - Rechtbank Amsterdam - 11 juli 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2023:744211 juli 2023

Uitspraak inhoud

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/670619-10
Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 19 mei 2023 in de zaak tegen:

[Betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970,
begeleid door [kliniek] , locatie de [locatie] te [plaats] ,
die bij vonnis van deze rechtbank van 1 april 2011 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 9 juni 2022 voor de tijd van één jaar werd verlengd.

De inhoud van de vordering

De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met één jaar.

De procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
De rechtbank heeft op 11 juli 2023 de officier van justitie mr. M. Modder, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. G.J. van der Meer, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [naam] , verbonden aan de [locatie] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Aan genoemd advies van [kliniek] van 21 april 2023 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
Kernproblematiek
Betrokkene verblijft sinds 6 februari 2019 in de huidige kliniek. Bij hem is sprake van een stoornis binnen het autismespectrum. Hij ervaart een hoge mate van angst en spanningen in contact met anderen waarbij hij tevens psychotische symptomen kan ontwikkelen in de vorm van achterdocht, paranoïde ideeën en het horen van stemmen. Zonder adequate instelling op medicatie, bij oplopende spanningen en geluxeerd door alcoholgebruik, kan dat ontaarden in een psychotische ontregeling. Echter, ook zonder alcoholgebruik is er sprake van herhaalde psychotische periodes.
Behandelverloop en risicotaxatie
Betrokkene verblijft sinds november 2021 in een individuele HAT-woning in de nabijheid van de kliniek, op het terrein van [naam terrein] .
Onderhavige periode vindt een trajectbespreking met betrokkene plaats, waarin wordt gesproken over een traject richting beschermd wonen en het aanvragen van proefverlof.
Het behandelingsteam pleit voor het opstarten van proefverlof voorafgaand aan een verhuizing naar beschermd wonen. Reden hiervoor is dat betrokkene eerst vertrouwd dient te zijn met de hulpverleners om hem heen. Het proefverlof gaat uiteindelijk in per 1 maart 2023.
Het risico van terugval in gewelddadig gedrag wordt bij transmuraal verblijf in een Pont ingeschat als laag. Betrokkene onderneemt al enige tijd onbegeleide verloven in omgeving [plaats] en die verlopen zonder problemen. Hij profiteert voldoende van de externe structuren en het contact met zijn behandelingsteam. De risico's zullen niet veranderen als hij in deze setting een proefverlof toegekend krijgt. Bij beschermd wonen - eerst met proefverlof en op termijn met een voorwaardelijke beëindiging - wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als laag tot matig.
Koers en advies
Op 15 februari 2023 vindt een intakegesprek plaats bij [instelling] , locatie [locatienaam] . Medio maart 2023 hoort betrokkene dat hij is aangenomen op deze locatie en recentelijk vindt er een kennismakingsgesprek plaats. Op het moment dat concreet duidelijk is wanneer betrokkene naar [instelling] kan uitstromen zal er een wijziging verlofplan geschreven worden. De wachtlijst is onvoorspelbaar waardoor de termijn waarop de verhuizing zal plaatsvinden nog onbekend is.
Geadviseerd wordt om de maatregel met één jaar te verlengen.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld.
De rechtbank is – gelet op het advies, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht – van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd.
De rechtbank overweegt dat het proefverlof van de terbeschikkinggestelde nog maar net is verleend. Uit het advies van de kliniek en de toelichting ter zitting van de deskundige blijkt dat alvorens een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging overwogen kan worden, eerst de verhuizing van de terbeschikkinggestelde en de inbedding in zijn nieuwe omgeving gerealiseerd moet worden. Het kan nog enkele maanden duren voordat de verhuizing kan plaatsvinden. Volgend jaar kan beoordeeld worden hoe het is gegaan.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [Betrokkene] met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,
mrs. H.E. Hoogendijk en A.A. Spoel, rechters,
in tegenwoordigheid van G. Jenuwein, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2023.