Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:4913 - Rechtbank Amsterdam - 31 juli 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2023:491331 juli 2023

Uitspraak inhoud

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 22/4158

[eiser] , uit Amsterdam, eiser

en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.W. van Nijendaal).

Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beoordeling door de korpschef van zijn verzoek op grond van de Avg[1].
  1. Met een besluit van 1 februari 2021 heeft de korpschef besloten op een verzoek van eiser op grond van de Avg (het primaire besluit). Met een besluit van 24 augustus 2022 heeft de korpschef het bezwaar ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
  1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
  1. De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2023 , samen met de beroepen met de zaaknummers AMS 19/678, 19/2813, 21/1537 , 21/4934, 22/2012, 22/4157 en 23/0153 , op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de korpschef*,*bijgestaan door mr. G. Hagens , [naam 1] en [naam 2] , allen werkzaam bij de politie. Eiser heeft [deskundige 1] , [deskundige 2] , [deskundige 3] (deskundigen) en [naam 3] (tolk in de Engelse taal) meegebracht naar de zitting.Beoordeling door de rechtbank
  1. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
  1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
  1. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet - en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Het verzoek van 27 oktober 2020
  1. Met een brief van 27 oktober 2018 heeft eiser de korpschef verzocht een afschrift te verstrekken van alle persoonsgegevens die de nationale politie sinds 3 oktober 2018 van hem verwerkt. Het gaat onder meer om afschriften uit rapporten, mutaties, e-mails, WhatsApp-berichten en audio - en video-opnames van alle korpsen en eenheden.
  1. De korpschef heeft het verzoek opgevat als een verzoek op grond van de Wpg[2] en een verzoek op grond van de Avg. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep tegen het besluit naar aanleiding van het Avg-verzoek. In de uitspraak van 31 juli 2023 , met zaaknummer AMS 21/1537 , beoordeelt de rechtbank beroep van eiser tegen het besluit naar aanleiding van het Wpg-verzoek. Besluitvorming
  1. Met het primaire besluit heeft de korpschef het verzoek op grond van de Avg toegewezen. Bij het primaire besluit zijn drie bijlagen gevoegd. In bijlage 1 staan persoonsgegevens van eiser die de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten heeft verwerkt naar aanleiding van klachten van eiser. In bijlage 2 staan persoonsgegevens die het team Juridische Zaken heeft verwerkt naar aanleiding van diverse verzoeken en bezwaar - en beroepsprocedures van eiser. In bijlage 3 staan persoonsgegevens die de afdeling Bestuursondersteuning heeft verwerkt in e-mailverkeer.
  1. Met het bestreden besluit is het primaire besluit gehandhaafd. De korpschef stelt zich op het standpunt dat de verstrekte persoonsgegevens van eiser volledig zijn. Er is een juiste en volledige zoekslag gemaakt naar zijn persoonsgegevens. Op grond van de Avg heeft eiser geen recht op afschriften van de documenten waarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Had de korpschef afschriften moeten verstrekken?
  1. Eiser is het niet eens met de weigering van de korpschef om afschriften van documenten te verstrekken. Eiser voert aan dat de korpschef niet heeft onderkend dat hij op grond van artikel 15, derde lid, van de Avg recht heeft op ongelakte afschriften.
12.1. In artikel 15, derde lid, eerste volzin van de Avg is bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene een kopie verstrekt van de persoonsgegevens die worden verwerkt. In het arrest van 4 mei 2023 , F.F. tegen Österreichische Datenschutzbehörde, C-487/21[3], heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor recht verklaard dat artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de Avg als volgt moet worden uitgelegd. Het recht om een kopie te verkrijgen van persoonsgegevens houdt in dat aan de betrokkene een getrouwe en begrijpelijke reproductie van al deze gegevens moet worden gegeven. Dit recht omvat het recht om een kopie te verkrijgen van uittreksels uit documenten of zelfs van volledige documenten of databankuittreksels die deze gegevens bevatten, indien dit onontbeerlijk is om de betrokkene in staat te stellen de hem bij deze verordening verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen.
12.2. De verplichting een kopie van de persoonsgegevens te verstrekken op grond van artikel 15, derde lid, van de Avg, betekent dus niet dat een bestuursorgaan verplicht is afschriften te verstrekken van de documenten waarin die persoonsgegevens voorkomen. Een bestuursorgaan mag dat doen, maar het mag ook voor een andere vorm kiezen waarin de kopie van de persoonsgegevens wordt verstrekt indien daarmee een getrouwe en begrijpelijke reproductie van al deze gegevens wordt gegeven. Maar indien afschriften onontbeerlijk zijn om de door de Avg verleende rechten daadwerkelijk uit te oefenen is een bestuursorgaan wel gehouden om afschriften van documenten te verstrekken.
12.3. De korpschef heeft eiser bij het primaire besluit overzichten verstrekt van zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt. Voor zover eiser stelt dat de korpschef met die overzichten geen getrouwe en begrijpelijke reproductie van zijn persoonsgegevens heeft gegeven, heeft hij die stelling niet onderbouwd. Voor zover eiser stelt dat afschriften onontbeerlijk zijn om zijn rechten daadwerkelijk uit te oefenen, heeft hij die stelling ook niet onderbouwd. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat die afschriften voor eiser onontbeerlijk zijn. De rechtbank ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de korpschef verplicht was om aan eiser afschriften van documenten te verstrekken. Is het bestreden besluit in strijd met artikel 15, eerste lid, onder c en g, van de Avg?
  1. Ook voert eiser tegen het bestreden besluit aan dat onduidelijk is aan wie zijn persoonsgegevens zijn verstrekt en van wie die zijn ontvangen.
13.1. Een betrokkene heeft het recht op informatie over de ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn verstrekt. Wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, heeft een betrokkene het recht op alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens. Dit is bepaald in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c en g, van de Avg. Volgens de korpschef zijn de persoonsgegevens van eiser gedeeld met de Nationale Ombudsman, de gemeente Amsterdam en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De korpschef stelt dat de persoonsgegevens van eiser zelf afkomstig zijn. Omdat eiser zijn betoog niet nader heeft onderbouwd, ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat het besluit in strijd is met artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c en g, van de Avg. Is het onderzoek naar persoonsgegevens zorgvuldig?
  1. Eiser betoogt dat de zoekslag naar zijn persoonsgegevens niet volledig is geweest. De overzichten met zijn persoonsgegevens zijn niet compleet. Elke keer komen er nieuwe persoonsgegevens boven water. Volgens eiser heeft de korpschef niet onderkend dat hij een resultaatverplichting heeft in plaats van een inspanningsverplichting.
14.1. Wanneer een bestuursorgaan meedeelt dat na onderzoek is gebleken dat er niet meer persoonsgegevens zijn dan de gegevens die zijn verstrekt en die mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, is het in beginsel aan degene die om deze gegevens verzoekt om aannemelijk te maken dat er meer persoonsgegevens zijn.[4]
14.2. De korpschef heeft toegelicht dat bij de volgende organisatieonderdelen van de politie navraag is gedaan over de verwerking van persoonsgegevens van eiser: - Communicatie, - Schadeclaims, - Veiligheid, integriteit en klachten, - Korpschefstaken, - Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel, - Politiedienstencentrum, - Juridische Zaken. Bij deze organisatieonderdelen is de zoekterm ' [eiser] ' gebruikt. De zoekslag heeft geresulteerd in de persoonsgegevens van eiser die zijn opgenomen in de drie bijlagen bij het primaire besluit.
14.3. De rechtbank is van oordeel dat de mededeling van de korpschef dat niet meer persoonsgegevens van eiser zijn aangetroffen, niet ongeloofwaardig voorkomt. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangeleverd op grond waarvan aannemelijk is dat er meer persoonsgegevens zijn. Onderzoek door een onafhankelijke deskundige?
  1. Eiser verzoekt de rechtbank een onafhankelijke deskundige te benoemen die zijn persoonsgegevens volledig in kaart brengt. Hij heeft daar zelf geen overzicht van en dat kan hij ook niet hebben. Volgens eiser is gebleken dat er een omvangrijk dossier van hem is opgebouwd dat vol fouten staat. Zonder een volledig overzicht van zijn persoonsgegevens kan hij zijn rechten op grond van de Avg niet uitoefenen. Zo kan hij bijvoorbeeld geen rectificatieverzoek indienen.
15.1. De rechtbank stelt vast dat eiser herhaaldelijk duidelijk heeft gemaakt hoe belangrijk hij het vindt dat er een onafhankelijke deskundige wordt benoemd die nader onderzoek doet naar zijn persoonsgegevens, zodat hij eindelijk gerust kan zijn dat die gegevens volledig zijn. Uit overwegingen 14.2 en 14.3 volgt echter dat eiser met wat hij binnen de door de rechtbank gestelde grenzen van de goede procesorde heeft aangevoerd, niet aannemelijk heeft gemaakt dat de zoekslag naar zijn persoonsgegevens naar aanleiding van zijn Avg-verzoek onvolledig is geweest. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Conclusie en gevolgen
  1. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, voorzitter, en mr. T.L. Fernig-Rocour en mr. K.S. Man, leden, in aanwezigheid van mr. I.G.A. Karregat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2023 .
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet - en regelgeving

VERORDENING (EU) 2016/679 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
Artikel 15
    1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie: a) de verwerkingsdoeleinden; b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens; c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit; g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.2. Wanneer persoonsgegevens worden doorgegeven aan een derde land of een internationale organisatie, heeft de betrokkene het recht in kennis te worden gesteld van de passende waarborgen overeenkomstig artikel 46 inzake de doorgifte.3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.
Algemene verordening gegevensbescherming.
Wet politiegegevens.
ECLI:EU:C: 2023 :369.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1993__.__ - - - ## Voetnoten
Algemene verordening gegevensbescherming.
Wet politiegegevens.
ECLI:EU:C: 2023 :369.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1993__.__