Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam
ECLI:NL:RBAMS:2023:253 - Rechtbank Amsterdam - 10 januari 2023
Uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2023:253•10 januari 2023
Uitspraak inhoud
beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 23-002144-04 en 13-128269-03
Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 24 november 2022 in de zaak tegen:
[Terbeschikkinggestelde]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960,
wonende op het adres Roodhalsgans 15, 1432 PV [woonplaats] ,
die bij arrest van het hof Amsterdam van 21 oktober 2005 ter beschikking gesteld werd, teneinde van overheidswege te worden verpleegd, welke terbeschikkingstelling laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank van 16 december 2021 voor de tijd van één jaar werd verlengd en waarvan de verpleging van overheidswege voorwaardelijk werd beëindigd.
De inhoud van de vordering
De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met één jaar.
De procesgang
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
De rechtbank heeft op 10 januari 2023 de officier van justitie mr. R. Zetsma, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman mr. J.S.W. Boorsma, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [deskundige] , verbonden aan Reclassering Nederland te Amsterdam, op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De beoordeling
Aan het voornoemde advies van Reclassering Nederland wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:
Betrokkene is gediagnosticeerd met een narcistische en antisociale persoonlijkheids-stoornis en een hoge mate van psychopathie. Daarnaast zijn er beperkingen ten aanzien van lezen en schrijven. Betrokkene is klinisch behandeld en zijn behandeling is met name gericht op een maatschappelijk inbedding.
Betrokkene streeft naar meer autonomie en vrijheid. Hij houdt zich aan de voorwaarden, maar hij laat ook weerstand zien nu hij naar een zelfstandige woning in [woonplaats] gaat verhuizen. Hij is positief in contact met de begeleiding van [zorginstelling 1] . Gezien zijn persoonlijkheid zal een begeleidingstraject met 'ups en downs' gaan en dat zal ook zijn weerslag hebben op het recidiverisico. Zijn resocialisatietraject is niet afgerond. Binnen dit traject is stabilisatie in de nieuwe woon - en leefsituatie nodig. In het risicomanagement blijven de nachtelijke wandelingen een terugkerend probleem.
Betrokkene is in januari 2022 tweemaal in verband gebracht met inbraak/diefstal in [inbraakplaats] en er was een conflict tussen betrokkene en een medewerker van een supermarkt in Amsterdam. Naast deze meldingen van de politie is betrokkene op 22 juni 2022 omstreeks 04.00 uur aangehouden als verdachte van een gekwalificeerde diefstal uit een woning / op verdenking van huisvredebreuk. Op deze avond heeft betrokkene daarbij lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een gescheurde achillespees. Op 20 juli 2022 kwam er opnieuw een melding van de politie ter zake van verdenking van een gekwalificeerde inbraak uit een woning. De reclassering, [zorginstelling 1] en [zorginstelling 2] hebben betrokkene laten weten zich zorgen te maken over deze meldingen. Volgens betrokkene zijn de nachtelijke wandelingen voor hem een afleiding, omdat hij eens in de drie maanden behoefte heeft zijn dochter op te zoeken. Die wandelingen zijn voor hem de manier om met die drang om te gaan.
[zorginstelling 2] heeft een 'vinger aan de pols' contact met betrekking tot sociale relaties en eventuele partnerrelaties. Bij betrokkene kan sprake zijn van opbouwende spanningen die in sociale relaties of interacties kan escaleren. Een van de voorwaarden is meewerken aan behandeling.. Er is geen behandelsituatie ontstaan met [zorginstelling 2] . Betrokkene houdt het contact af en er is inhoudelijk niets besproken. Ondersteuning van een ambulante behandelaar is vanwege het delictgedrag geïndiceerd
De persoonlijkheidsstoornis van betrokkene staat op de voorgrond en zijn risicoprofiel baart zorgen. Het risicomanagement is nodig in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling en de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging onder voorwaarden te verlengen met twee jaar.
De verwachting is niet dat het resocialisatietraject van betrokkene binnen een jaar voltooid zal zijn. De bereikte stabiliteit zal veranderen door zijn verhuizing naar [woonplaats] en dat wil de reclassering monitoren. Er zal opnieuw toegewerkt worden naar een stabiele maatschappelijke inbedding en leefsituatie van betrokkene op verschillende leefgebieden zoals dagbesteding, huisvesting, vrij van politiemeldingen en conflicten in sociale situaties. Betrokkene behoeft toezicht en controle. Hij moet nog langere tijd stabiel functioneren en er moeten nog stappen gezet worden op het gebied van psychosociaal functioneren en er moet zicht zijn op de relatievorming. Een verlenging met één jaar biedt betrokkene perspectief en kan motiverend zijn. Perspectief kan ondersteunend werken bij de samenwerking met [zorginstelling 1] , [zorginstelling 2] en de reclassering.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld. Hij heeft onder meer verklaard dat hij betrokkene, die inmiddels in de zelfstandige woning in [woonplaats] woont, in de afgelopen periode niet heeft gesproken en dat betrokkene ook andere voorwaarden niet heeft nageleefd. Betrokkene heeft in de aanloop naar deze zitting een bepaalde opstelling. Hij wil geen contact meer met [zorginstelling 2] , terwijl dat een onderdeel is van het risicomanagement. Hij wil zelfstandig wonen zonder toezicht van anderen. Hij wil stoppen met zijn werk bij [werkgever] , hij is het niet eens met de rapporten en hij wil dat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Om een terugmelding van de reclassering te voorkomen, zal er een middenweg moeten worden gezocht waarbij betrokkene zich aan de voorwaarden zal houden. De deskundige heeft er vertrouwen in dat hij na de beslissing over al of niet verlengen van de terbeschikkingstelling, weer met betrokkene in contact komt.
Aan voornoemde rapporten van de psychiater M.M. Sprock en psycholoog drs. A.E. Haan wordt onder meer het volgende ontleend:
Ten aanzien van de diagnostische conclusies, het recidiverisico en het advies om de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te verlengen, bestaat in hoofdlijnen overeenstemming tussen de rapporteurs en de reclassering.
De problematiek van betrokkene blijft in de kern aanwezig. Hij is bepalend en dwingend in het contact, waarbij hij zijn eigen behoefte nastreeft, zodat hieruit een egocentrische opstelling blijkt. Er is sprake van een gebrek aan empathie en ruimer genomen een gebrekkige gewetensontwikkeling. Hij is berekenend in het contact waarbij hij vooral voor eigen gewin gaat. Het hooghouden van een positief zelfbeeld is eveneens van belang, waarbij hij veelal zaken bagatelliseert dan wel ontkent als er negatieve aspecten worden besproken. Zijn behoefte aan autonomie is zeer sterk aanwezig, en dat is ook een copingmechanisme om zijn kwetsbaarheden te overdekken.
Het recidiverisico wordt bij voortzetting van de maatregel ingeschat als laag. De diverse meldingen bij de politie roepen vragen op. Gezien zijn voorgeschiedenis helpen de nachtelijke wandelingen niet in het voorkomen van 'ruis' ten aanzien van zijn intenties. Betrokkene kiest er bewust voor om nu geen intieme relatie na te streven. Hierdoor kan niet worden nagegaan in hoeverre hij binnen een relatie kan omgaan met frustraties. Bij beëindiging van de maatregel kan het recidiverisico oplopen naar matig op de middellange termijn en lange termijn, waarbij dit wellicht kan oplopen naar hoog mocht betrokkene weer een relatie aangaan en deze problematisch verloopt.
Het risicomanagement dient vooralsnog extern te gebeuren aangezien toezicht en monitoring op het functioneren van betrokkene van belang is om het recidiverisico goed in te kunnen schatten. Betrokkene ontkent de indexdelicten, zodat er geen sprake is probleembesef. Van belang is een sterk kader met beschermende factoren om hem heen te scheppen in de vorm van een passende woning, voldoende financiële mogelijkheden, dagbesteding en een prosociaal en ondersteunend netwerk. Bij het verkrijgen van een partnerrelatie is monitoring hiervan van belang.
Ten aanzien van de termijn van de verlenging van de terbeschikkingstelling vinden de rapporteurs dat er nog zeker een jaar nodig is om meer stabiliteit te verkrijgen op de levensgebieden alsmede meer tijd om te monitoren in hoeverre betrokkene in staat is prosociale keuzes te maken. Verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is volgens de psychiater daarom het meest logisch, maar onder meer vanwege het belang van perspectief voor betrokkene adviseert zij toch verlenging met één jaar. De psycholoog adviseert verlenging met twee jaar.
De rechtbank is, gelet op de adviezen, het verhandelde ter zitting en de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikking-stelling en de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege met één jaar wordt verlengd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank overweegt als volgt. De terbeschikkinggestelde woont sinds kort zelfstandig in zijn woning in [woonplaats] . De komende periode moet er op worden toegezien dat hij in staat is om een stabiel niveau van functioneren vast te houden. Verder dient er aandacht te zijn voor het aangaan van relaties met vrouwen. De terbeschikkinggestelde is gebaat bij een stapsgewijze en goed voorbereide terugkeer in de samenleving. Naast de meldingen van de politie zijn er nog zorgen op verschillende leefgebieden. De terbeschikkinggestelde zal zich moeten houden aan de voorwaarden, waaronder met name de samenwerking met [zorginstelling 1] , [zorginstelling 2] en de reclassering.
Beslissing
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [Terbeschikkinggestelde] met één jaar, met verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de volgende voorwaarden.
Voorwaarden
Geen strafbaar feit plegen
Betrokkene maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
Betrokkene werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.
Niet naar het buitenland
Betrokkene gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering.
Ambulante behandeling
Betrokkene laat zich behandelen door FACT [zorginstelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Betrokkene is reeds aangemeld voor behandeling.
Contactverbod
Betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met zijn ex-partner (de moeder van zijn dochter, tevens slachtoffer van het indexdelict), zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Aanvullende voorwaarden
Draagt aan Reclassering Nederland op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Deze beslissing is gegeven door
mr. E.G.C. Groenendaal, voorzitter,
mrs. M.A.E. Somsen en P.J.H. van Dellen, rechters,
in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 januari 2023.
De jongste rechter is buiten staat
mede te ondertekenen
.