Terug naar bibliotheek
Rechtbank Amsterdam

ECLI:NL:RBAMS:2023:1327 - Rechtbank Amsterdam - 9 maart 2023

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2023:13279 maart 2023

Uitspraak inhoud

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummers: AMS 22/4896
AMS 23/370
AMS 23/371

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. T.A. Vetter),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder
(gemachtigde: mr. C.J. Telting).

Inleiding

1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor bijzondere bijstand.
1.2 Verweerder heeft deze aanvraag met de besluiten van 14 juli 2022 afgewezen. Met de bestreden besluiten van 28 september 2022 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3 De rechtbank heeft de beroepen op 30 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2.1 De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor verhuiskosten, inrichtingskosten en de eerste huur en waarborgsom. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.2 De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
  1. Op 8 juli 2022 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor in totaal € 5.222,67 aan bijzondere bijstand voor verhuiskosten, kosten eerste huur en inrichtingskosten op grond van de Participatiewet (Pw). Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres voor deze kosten een lening kan afsluiten bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA). Ten aanzien van de inrichtingskosten stelt verweerder aanvullend dat eiseres hiervoor kan sparen, gespreid betalen of lenen.
  1. Eiseres meent dat sprake is van bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. De vader van haar twee zoons is in 2021 een internationale kinderontvoeringszaak tegen eiseres begonnen, waarbij hij de terugkeer van de kinderen naar Egypte vorderde. Eiseres heeft bij deze procedure al haar spaargeld moeten inzetten. Zij heeft daarom geen geld kunnen reserveren voor de kosten in verband met de verhuizing. Eiseres heeft lange tijd onder het sociaal minimum moeten leven omdat de Belastingdienst haar voormalige partner nog als toeslagpartner aanmerkte. Hierdoor heeft ze ook leningen moeten afsluiten bij particulieren. Eiseres stelt dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe eiseres een lening – anders dan een lening bij de GKA – heeft kunnen afsluiten dan wel achteraf gespreid had kunnen betalen voor de aangevraagde kosten. Voor zover bekend, bestaat deze mogelijkheid niet in het geval dat een betrokkene rondkomt van een minimumuitkering. Daar komt bij dat eiseres vanwege haar geloof geen rentebedragende lening mag afsluiten. Bovendien kan eiseres als alleenstaande ouder maximaal een bedrag van € 1892,63 lenen. Een lening bij de GKA kan daarom helemaal niet als voorliggende voorziening worden aangemerkt, aangezien de kosten veel hoger zijn.
  1. Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Pw bestaat geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.
  1. In artikel 35, eerste lid, van de Pw is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2 van die wet, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, van de Pw niet van toepassing zijn.
  1. Het gaat in geval van kosten van de eerste maand huur, de waarborgsom inrichtings– en verhuiskosten om incidentele algemene kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan. Als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
  1. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep[1]volgt dat kredietverlening door een kredietbank kan worden aangemerkt als een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 5, aanhef en onder e, van de WWB (nu: van de Pw). Verder volgt daaruit[2] dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat een voorliggende voorziening niet passend of toereikend is. Eiseres is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat in haar geval een lening bij de GKA niet passend of toereikend is. De enkele stelling dat zij vanwege religieuze redenen geen rentedragende lening wil afsluiten, is hiervoor onvoldoende.
  1. De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken dat eiseres niet voor de kosten heeft kunnen reserveren. Eiseres woonde sinds 2017 in een jongerenwoning. Zij heeft hier zelf over verklaard dat dit een tijdelijke oplossing was. Eiseres had dus kunnen voorzien dat zij in de toekomst de stap zou maken om te verhuizen. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres bevestigt dat de verhuizing voorzienbaar was. Zij had dus voldoende tijd om te reserveren voor de kosten van de verhuizing.
  1. De omstandigheid dat eiseres advocaatkosten heeft moeten maken voor de internationale kinderontvoeringszaak en dat haar voormalige partner nog werd aangemerkt als toeslagenpartner, zijn verder naar het oordeel van de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat eiseres bijzondere bijstand zou moeten krijgen voor verhuiskosten, kosten eerste huur en inrichtingskosten. Voor de vraag of eiseres recht heeft op bijzondere bijstand voor voorzienbare kosten is het niet relevant dat zij – vanwege andere onvoorzienbare kosten – niet in staat was te reserveren. Eiseres kan namelijk ook achteraf gespreid betalen dan wel een lening afsluiten.
  1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag om bijzondere bijstand dan ook terecht heeft afgewezen op grond van het feit dat eiseres voor deze kosten had kunnen reserveren en dat er een voorliggende voorziening aanwezig was.

Conclusie en gevolgen

  1. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Moussaoui, rechter, in aanwezigheid van mr. T. van Soldt, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie de uitspraak van 31 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2062.
Zie de uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2226. - - - ## Voetnoten
Zie de uitspraak van 31 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2062.
Zie de uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2226.