Terug naar bibliotheek
Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2025:1412 - Parket bij de Hoge Raad - 14 oktober 2025
Arrest
ECLI:NL:PHR:2025:1412•14 oktober 2025
Formele relaties
Arrest inhoud
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/02900 B
Zitting 14 oktober 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[klaagster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] (Bulgarije),
hierna: de klaagster
- Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 16 juli 2024 het op grond van artikel 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot (onder meer) opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning gelegen aan de Koolzaadweg 21 (5351 LP Berghem), ongegrond verklaard.
- Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg, heeft twee cassatiemiddelen voorgesteld.
- Aan de bespreking van de cassatiemiddelen kom ik gelet op het volgende niet toe. Het gaat in de onderhavige zaak om de inbeslagneming van de bovenvermelde woning, ten aanzien waarvan de klaagster stelt dat zij eigenaar is. Deze woning is in beslag genomen onder [betrokkene 1] , in verband met zijn strafzaak ter zake van (feit 7) het meermalen medeplegen van witwassen. Op 9 februari 2024 heeft de klaagster een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv ingediend, strekkende primair tot de opheffing van het strafvorderlijk beslag op de woning en/of de herroeping van de verbeurdverklaring van de woning, en subsidiair tot het gelasten van afgifte van de opbrengst van de woning ex artikel 117 lid 4 Sv dan wel toekenning van een schadeloosstelling ex artikel 552b Sv jo. artikel 33c Sr, op de wijze als in het klaagschrift nader verwoord. Zoals gezegd heeft het gerechtshof het klaagschrift bij beschikking van 16 juli 2024 ongegrond verklaard.
- Bij vonnis van 6 september 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant in de strafzaak tegen [betrokkene 1] in verband waarmee de inbeslagneming plaatsvond de woning verbeurdverklaard. Tegen voornoemd vonnis is door [betrokkene 1] hoger beroep ingesteld. Op 9 november 2023 heeft gerechtshof 's-Hertogenbosch arrest gewezen waarbij de woning eveneens verbeurd is verklaard. Tegen voornoemd arrest heeft [betrokkene 1] cassatieberoep ingesteld. Op 18 februari 2025 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen.
[1] De verbeurdverklaring is hiermee onherroepelijk.
- Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht.
[2]
- In dit geval is de uitspraak met daarin de verbeurdverklaring van de woning pas in de cassatiefase van de strafzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.
[3] In gevallen als deze geldt niet de jurisprudentie waarin is bepaald dat indien de strafrechter, lopende de beklagprocedure, een beslissing heeft genomen over de in beslag genomen voorwerpen, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a Sv.[4] Anders zou de regeling van artikel 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn. De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van het gerechtshof voor verdere afdoening en behandeling te worden teruggewezen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
- Ambtshalve heb ik geen andere dan de hierboven vermelde gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het gerechtshof 'sHertogenbosch.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
HR 18 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:277.
Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559 NJ 2021/350; HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370, en HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ1994/263.
Vgl. HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559, NJ 2021/350; HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284, NJ1994/263.
Vgl. HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. P.A.M. Mevis; HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1709; HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:1273; HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834, NJ 2012/269, en HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3560. - - - ## Voetnoten