Terug naar bibliotheek
Parket bij de Hoge Raad

ECLI:NL:PHR:2025:1338 - Parket bij de Hoge Raad - 9 december 2025

Arrest

ECLI:NL:PHR:2025:13389 december 2025

Arrest inhoud

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/03996
Zitting 9 december 2025
CONCLUSIE
V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte

1 Inleiding

1.1 De verdachte is bij arrest van 12 oktober 2023 door het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem (parketnr. 21-001690-20), wegens onder 1, 2 en 3 "telkens: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod", onder 4 "medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en onder 5 "medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren en twee maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het hof een aantal voorwerpen verbeurd verklaard en de onttrekking aan het verkeer bevolen van een telefoon[1].
1.2 Er bestaat samenhang met de zaak 23/04170. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
1.3 Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. W.H. Jebbink, advocaat in Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.

2 De middelen

2.1 Het eerste en het tweede middel bevatten de klacht dat het oordeel van het hof dat de feiten 1, 2 en 3 bewezen kunnen worden verklaard getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd is. In de toelichting op deze twee middelen worden telkens twee deelklachten van elkaar onderscheiden. De eerste deelklacht bestrijdt het oordeel van het hof dat de bewezen verklaarde drugs zich in de machtssfeer van de verdachte bevonden en dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs. Met de tweede deelklacht wordt opgekomen tegen het oordeel van het hof dat sprake zou zijn van medeplegen.
2.2 Met het derde middel wordt geklaagd dat het hof in het licht van een gevoerd verweer niet toereikend heeft gemotiveerd waarom het onder 1 bewezen acht dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk zes kilogram MDMA aanwezig heeft gehad. In de toelichting wordt daartoe het verweer aangehaald dat er kort gezegd op neerkomt dat het bewijs slechts bestaat uit de inbeslagneming van de MDMA op 26 oktober 2018 en dat van enige betrokkenheid van de verdachte niet blijkt, ook niet in de vorm van medeplegen.
2.3 Ik zal de middelen vanwege hun onderlinge samenhang gezamenlijk bespreken.

3 De bewezenverklaring en bewijsvoering van het hof

3.1 Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:
"1. hij op 28 oktober 2018 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [a-straat] - ongeveer 53 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine en - ongeveer 6 kilogram van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde amfetamine en MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  1. hij [VS: op] 6 november 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [b-straat 1] 3875 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  1. hij op 6 november 2018 te [plaats] , tezamen en in vereniging [VS: met] anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [c-straat 1] - ongeveer 32,4 kilogram amfetamine(-pasta) en 137 gram pillen amfetamine, - ongeveer 12,8 kilogram XTC-tabletten en 1260 gram brokken XTC, telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA - ongeveer 221 gram heroïne - ongeveer 29,8 gram cocaïne
zijnde amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  1. hij in de periode van april 2017 tot en met 6 november 2018 te [plaats] , [plaats] , [plaats] , [plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft bereid, verwerkt, verkocht, afgeleverd en/of vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, MDMA, heroïne en/of cocaïne zijnde amfetamine, MDMA, heroïne en/of cocaïne, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
  1. hij in de periode 7 oktober 2018 tot en met 27 oktober 2018 in Nederland, tezamen en in vereniging met een anderen, telkens van een voorwerp, te weten - een geldbedrag/bitcoins van in totaal ongeveer 40.000 euro (7 oktober 2018) en - een geldbedrag/bitcoins van in totaal ongeveer 45.000 euro (14 oktober 2018) - een geldbedrag/bitcoins van in totaal ongeveer 29.990 euro (27 oktober 2018)
de herkomst heeft verborgen en/of verhuld, terwijl hij telkens wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf,
en dat voorwerp telkens heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij telkens wist dat dat voorwerp – onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf."
3.2 De bewezenverklaring steunt op de volgende Promis-bewijsvoering (met weglating van voetnoten):
"Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 - kort samengevat - op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte de tenlastegelegde drugs aanwezig heeft gehad. Ten aanzien van deze drie feiten heeft de raadsman aangevoerd dat de binnen de organisatie aanwezige drugs zich niet in de machtssfeer van verdachte bevonden. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte de drugs in vereniging aanwezig heeft gehad, omdat er geen sprake was van een vorm van gezamenlijke machtsuitoefening.
Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte hooguit opzet - in voorwaardelijke zin - kan hebben gehad op het aanwezig hebben van 49 kilo amfetamine.
Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman ook betoogd dat het tijdsverschil tussen de berichten van oktober 2018 waarin verdachte over verdovende middelen chat en het aantreffen van verdovende middelen op 6 november 2018 te ruim is om een verband te kunnen leggen tussen de chats en het aantreffen van de verdovende middelen.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman mede aangevoerd dat de levering van verdovende middelen reeds eerder dan 6 november 2018 voltooid was, hetgeen maakt dat verdachte na die levering geen mede-eigenaar (meer) was van de verdovende middelen of er samen met de eigenaar van de woning waar de middelen werden aangetroffen over kon beschikken. De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat hooguit 4,6 kilogram XTC-tabletten aan verdachte kan worden toegerekend, meer subsidiair dat er een hoeveelheid van 8,5 kilogram bewezenverklaard kan worden.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de hierna volgende bewijsmiddelen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij - na een algemene inleiding over de achtergrond van het onderzoek Metaal - met betrekking tot de identificatie van de gebruikers van de Ironchat-accounts en ten aanzien van de tenlastegelegde feiten als volgt.
Achtergrond onderzoek Metaal
Het onderzoek onder de naam Metaal startte in december 2017. [medeverdachte 1] , hierna [medeverdachte 1] , was daarin verdachte. Gedurende het onderzoek raakte deze [medeverdachte 1] in mei 2018 in een Duitse zaak in Duitsland gedetineerd op verdenking van handel in verdovende middelen. [medeverdachte 1] was eigenaar van [A] in [plaats] . Dit bedrijf was op 1 juli 2017 door [medeverdachte 1] gestart en werd ingeschreven op het adres van de broer van [medeverdachte 1] , [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1] ). [A] leverde communicatiemiddelen en - diensten waarmee versleutelde berichten konden worden verstuurd. Het ging daarbij om cryptotelefoons en de chatapplicatie Ironchat. De werkzaamheden bij [A] werden na de detentie van [medeverdachte 1] voortgezet door werknemers [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ) en [verdachte] (hierna: [verdachte] ).
Gaandeweg het onderzoek ontstond tegen hen en tegen [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [betrokkene 1] , [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) ook een verdenking van betrokkenheid bij grootschalige handel in verdovende middelen, export van die middelen en/of witwassen.
Identificatie van de gebruikers met de Ironchat-accounts
Voor de bewijsvoering in de zaak van verdachte en in die van medeverdachten komt het in belangrijke mate aan op de inhoud van de ter beschikking gekomen chatberichten. Er werd gebruik gemaakt van telefoons van met name het merk Wileyfox en laptops waarop de applicatie Ironchat was geïnstalleerd. Met die telefoons en laptops werden chatberichten verzonden met of aan onder meer de volgende accounts, alle eindigend op: [… ] : - [account 1] ; - [account 2] ; - [account 3] ; - [account 4] ; - [account 5] ; - [account 6] ; - [account 7] .
Op grond van de feiten en omstandigheden die door de politie in de processen-verbaal van bevindingen van identificatie en in de ter aanvulling daarop opgemaakte processen-verbaal zijn opgenomen, en die door de verdediging ook niet zijn betwist, en op grond van de verklaring van verdachte ter terechtzitting van het hof waarbij hij het onderstaande heeft bekend voor zover dat op hem betrekking heeft, stelt het hof vast dat de accounts als volgt aan de verschillende verdachten in het onderzoek Metaal toe te schrijven zijn: - [account 1] en [account 2]  verdachte - [account 3] en [account 4]  [betrokkene 2] - [account 5]  [medeverdachte 3] - [account 7]  [betrokkene 1] - [account 6]  [medeverdachte 2]
De onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten
Hierna stelt het hof ten aanzien van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten allereerst de feiten en omstandigheden vast. Het hof zal daarna overwegen, al dan niet in reactie op gevoerde verweren, op welke wijze het op basis van die feiten en omstandigheden tot conclusies ten aanzien van de bewijsvragen komt.
Vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 1 ( [a-straat 1] , [plaats] )
Op 28 oktober 2018 doet de politie een inval in de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] . In de woning worden drugs aangetroffen en drugsgerelateerde goederen: mengbekers met aanslag van wit poeder, bakken met witte substanties en wit poeder, een elektronische weegschaal, drie apparaten om zakken vacuüm te trekken, vele vacuüm gesealde zakjes in diverse formaten en met diverse opschriften, lege sealzakjes, enveloppen, plaketiketten, vellen met postzegels voor de Duitse Bundespost, etiketteermachines, telefoons en identiteitskaarten.
De in de woning inbeslaggenomen drugs zijn getest. Het betreft in totaal 53.486,24 gram amfetamine en 8.052,47 gram MDMA.
In de berging van de woning vindt de politie op 31 oktober 2018 119 vuilniszakken met aluminiumkleurige sealbags, latex wegwerphandschoenen, doosjes met gripzakjes, een doos vol lege dvd-hoesjes, cd-hoesjes en enveloppen.
In de dagen voorafgaand aan de inval heeft de politie meegelezen met chatgesprekken die het volgende inhielden. Op 27 oktober 2018 laat [medeverdachte 2] [verdachte] weten dat hij morgen 50 kilo speed komt leveren en dat de LSD maandag komt. [verdachte] geeft dit door aan [medeverdachte 3] . Op 28 oktober 2018 wordt [betrokkene 2] geïnformeerd en moet hij " [betrokkene 3] connecten" om speed aan te pakken. [medeverdachte 2] bericht [verdachte] en [medeverdachte 3] daarop dat de chauffeur onderweg is en dat de chauffeur op de plek staat om 16:00 uur. [medeverdachte 3] vraagt hem ook of het wel 50 kilo is en [medeverdachte 2] antwoordt dat het 49 is en dat hij het 50 maakt wanneer de LSD en de 2cb worden geleverd. Later laat [medeverdachte 3] zowel [verdachte] als [betrokkene 2] weten dat er 49 kilo binnen is.
Het observatieteam heeft voorafgaand aan de politie-inval in de woning waargenomen dat op 28 oktober 2018 omstreeks 15:40 uur op een parkeerplaats aan de [d-straat] in [plaats] een Volkswagen Golf met [kenteken 1] staat. De bestuurder van de Golf wordt herkend: het is [medeverdachte 4] . Omstreeks 16:00 uur stopt een Volkswagen Polo met [kenteken 2] naast de Volkswagen Golf, [medeverdachte 3] is de bestuurder. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zetten vier gevulde AH-tassen uit de Golf in de Polo. [medeverdachte 3] rijdt met die Polo naar de [a-straat] . Daar haalt hij met een onbekend gebleven persoon de vier tassen uit de auto en loopt hij de woning op [a-straat 1] binnen. Op 28 oktober 2018 bericht [medeverdachte 3] [verdachte] over de inval in het werkhuis. [verdachte] is ontstemd omdat is gehandeld tegen de basisregel om zo weinig mogelijk te hebben. [verdachte] laat [medeverdachte 3] ook weten dat het prioriteit is om het bewijsmateriaal weg te doen. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij bang is, omdat hij de dozen met dvd's en dozen met enveloppen heeft aangeraakt. Hierna informeert [verdachte] [betrokkene 2] met de tekst "inval in werkhuis [plaats] ". Ook [medeverdachte 2] wordt geïnformeerd over de inval. [medeverdachte 2] chat "dus nu snel een nieuw werkhuis" en bevestigt dat net die ' [… ] ' is geleverd. [medeverdachte 2] verzekert [verdachte] dat er deze week een nieuwe staat.
Vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 2 ( [b-straat 1] , [plaats] )
Op 6 november 2018 treft de politie in een flatwoning aan de [b-straat 1] in [plaats] , in een afgetimmerde geluiddichte ruimte 3.875,84 gram MDMA, een tabletteermachine en daarbij behorende stempels met het logo van onder meer de Waffen-SS en van een bril aan. De bewoner van de woning, [betrokkene 4] , verklaart dat hij in contact is gekomen met 'hun'. Hij moest doen wat 'zij' zeiden. Hij moest drugs verkopen. 'Zij' deden gewoon hun ding. Nadat hem een foto van [medeverdachte 3] is getoond, verklaart de bewoner dat deze man bij hem in de woning is geweest.
[verdachte] , [betrokkene 2] en [medeverdachte 3] hebben zich in de periode voorafgaand aan het oprollen van deze 'drukkerij' met de productie van xtc-pillen beziggehouden. In chatgesprekken in de periode van 6 tot en met 26 oktober 2018 tussen [verdachte] , [betrokkene 2] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en een onbekend gebleven persoon wordt overlegd over onder meer het drukken van pillen in [plaats] , over stempels met het logo 'bril' en 'SS', over drukker, tikker, tikhuis en hoeveel M er gecrushed moet worden en over hoeveel betaald moet worden aan de onbekend gebleven personen die kennelijk ook bij de productie betrokken waren. Ook zijn er irritaties over vieze machines en werkomstandigheden. [medeverdachte 3] stuurt het adres [b-straat 1] naar [verdachte] . Op 21 oktober 2018 laat [verdachte] aan [betrokkene 2] weten dat hij bezig is met pillen drukken en dat, als hij klaar is "we dan 15k p200 (het hof begrijpt: 15.000 pillen van 200 mg) erbij hebben". [betrokkene 2] antwoordt dat hij dat nog in Excel moet verwerken.
Vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 3 ( [c-straat 1] , [plaats] )
Op 6 november 2018 treft de politie in de woning en garage aan de [c-straat 1] in [plaats] drugs aan: - ongeveer 32,4 kg amfetaminepasta - ongeveer 12,8 kilogram xtc-tabletten - ongeveer 137 gram pillen amfetamine - ongeveer 1260 gram brokken xtc - ongeveer 221 gram heroïne - ongeveer 29,8 gram cocaïne
Ook zijn enveloppen met adressen in de VS en Australië (twee daarvan met xtc-tabletten), printerrollen, DVD-hoesjes en enveloppen aangetroffen. De bewoner van de woning is [betrokkene 5] (verder: [betrokkene 5] ). [betrokkene 5] was gebruiker van het account [account 8] .
In de periode voorafgaand aan 6 november 2018 hebben verdachte en zijn medeverdachten de volgende drugsgerelateerde activiteiten ontplooid.
Op 15 oktober 2018 maken [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] in chatgesprekken afspraken over de levering van de pillen aan [betrokkene 5] . Dat heeft nogal wat voeten in aarde omdat de chauffeur verlaat is. [betrokkene 5] laat [medeverdachte 2] weten dat hij zijn vrouw uit het ziekenhuis moet halen en niet kan wachten. Observatie van [betrokkene 5] levert op dat hij die dag met de door hem in de chatgesprekken beschreven grijze Renault Kangoo met het aan hem te linken [kenteken 3] bij het ziekenhuis in [plaats] wordt gezien. Uiteindelijk komt het toch tot een ontmoeting tussen de chauffeur en [betrokkene 5] . [medeverdachte 2] chat over "10k (het hof begrijpt 10.000) 200mg Philip Plein" en [betrokkene 5] appt terug "ik heb de pillen". Ook chatten [medeverdachte 2] en [betrokkene 5] op 15 oktober 2018 over welke soorten en hoeveelheden pillen er bij [betrokkene 5] liggen: Phillip Plein en Aardbeien.
Op 17 oktober 2018 bespreken [betrokkene 5] en [medeverdachte 3] de levering aan [betrokkene 5] van coke, hash, heroïne en geld. Op 18 oktober spreken zij voor de dag erna af. Op 19 oktober 2018 spreken [medeverdachte 3] en [betrokkene 5] af op het adres [e-straat 1] in [plaats] . [betrokkene 5] zegt dat hij met een grijze Renault Kangoo komt. [medeverdachte 3] beschrijft zijn auto als een zwarte Polo. Om 19:58 uur ziet het observatieteam een Renault Kangoo met [kenteken 3] ter hoogte van een Volkswagen Polo met [kenteken 2] en daarbij [medeverdachte 3] bij een geopende kofferbak, op het terrein aan de [e-straat] in [plaats] . Om 20:04 uur bericht [medeverdachte 3] aan [verdachte] dat hij het heeft afgegeven. En [betrokkene 5] laat [betrokkene 2] en [verdachte] weten dat hij het geld, de coke, de heroïne en de hash heeft.
Vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 4 (productie van en handel in drugs)
De vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot de feiten 1, 2 en 3 gelden ook als vaststaand met betrekking tot feit 4 (productie van en handel in drugs). In aanvulling daarop stelt het hof nog het volgende vast.
Op 9 oktober 2018 bespreken [verdachte] en [medeverdachte 3] het klaar hebben staan van C en H in [plaats] . Op 11 oktober 2018 laat [medeverdachte 3] weten dat hij dat morgen kan aannemen. De onbekend gebleven " [codenaam 1] " laat in een chat weten dat het adres [d-straat 1] is. Dit is een adres in [plaats] .
Vervolgens is er op 12 oktober 2018 een transport naar [plaats] . Om 14:41 uur vraagt [betrokkene 2] aan [medeverdachte 3] of hij de coke al heeft gekregen. [betrokkene 2] laat ook weten dat hij een order heeft van 25 gram. [medeverdachte 3] zegt dat [betrokkene 2] die wel kan aannemen. Hij heeft de jongens die het brengen al gesproken en die brengen het vandaag. Om 19:24 uur laat [medeverdachte 3] zowel [verdachte] als [betrokkene 2] weten dat het een halve kilo C en een halve kilo H is. Op 28 oktober 2018 overleggen [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] over een Skoda, een Smart en een Caddy. [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 2] of hij morgen iemand kan sturen die 'het' ophaalt. De volgende dag chatten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] over het adres [f-straat 1] in [plaats] . [medeverdachte 3] stuurt [medeverdachte 2] aan om zijn mensen een stashplek leeg te laten halen met de Caddy.
Op 29 oktober 2018 neemt het observatieteam waar dat een Volkswagen Polo met [kenteken 2] in de [f-straat] in [plaats] parkeert naast een Renault Megane met [kenteken 4] . [medeverdachte 3] stapt uit de Renault en stapt in de Polo. De Renault rijdt naar de [g-straat] in [plaats] . De bestuurder stapt uit en gaat bij drie mannen staan, een van hen is [medeverdachte 4] . Deze mannen staan bij een Volkswagen Golf met [kenteken 1] . Omstreeks 12:56 uur rijdt deze Golf weg. Er zitten drie mannen in. Om 14:40 uur rijdt de Golf de [h-straat] in [plaats] in, waarna één van de mannen uitstapt en als hij terug komt rijdt hij in een Volkswagen Caddy met [kenteken 5] . Om 15:00 uur neemt het observatieteam waar dat [medeverdachte 4] uit deze Volkswagen Caddy stapt aan de [i-straat] in [plaats] . Om 15:45 uur rijdt de Caddy naar een garagebox aan de [j-straat 1] in [plaats] . Om 16:02 uur stapt [medeverdachte 4] in de Caddy. Om 16:03 uur rijdt de Caddy weg. Om 17:06 uur krijgt [medeverdachte 4] , de bestuurder van de Caddy, op de [k-straat] een stopteken van de politie. De politie vindt in zijn auto 68 postpakketten, geadresseerd aan personen over de hele wereld, grotendeels voorzien van verzendadressen in Duitsland, gefrankeerd met Duitse postzegels en voor een deel voorzien van een poststicker met het logo van Deutsche Post en een barcode. De postpakketten bevatten geplastificeerde DVD-hoesjes, met daarin gripzakjes in een dubbel vacuümverpakte verpakking. De inhoud van de gripzakjes wordt onderzocht en blijkt verdovende middelen (MDMA, heroïne, amfetamine) te bevatten. [medeverdachte 4] verklaart over de aangetroffen goederen dat hij in [plaats] een garagebox moest leeghalen. De aangetroffen pillen, die MDMA blijken te bevatten, komen uiterlijk overeen met de in de woning aan de [c-straat 1] in [plaats] aangetroffen xtc-pillen.
Over de periode waarin er productie van en handel in drugs heeft plaatsgevonden, stelt het hof op basis van de inhoud van het door de politie opgemaakte proces-verbaal van onderzoek op het Darkweb voorts nog het volgende vast.
Op diverse sites op het Darkweb zijn [betrokkene 2] en [verdachte] als vendors (verkopers) actief. Het betreft (onder andere) de sites [internetsite] en [internetsite] . Uit de chatberichten blijkt dat verdachten opereren onder vendornamen als [codenaam 2] , [codenaam 3] en [codenaam 4] . Zij bedienen zich op die sites en in hun chatcommunicatie van voor het bitcoinbetalingsverkeer kenmerkende termen als 'FE' (Finalize Early) en 'Escro(w)'. Finalize Early wil zoveel zeggen als: betalen voor levering, Escrow betekent betalen na levering. De drugs waarover in de chats wordt gesproken en die zijn aangetroffen in de verschillende panden in [plaats] en [plaats] [VS: komen] overeen met wat [codenaam 4] aanbiedt op [internetsite] .
Op 17 oktober 2018 bekijkt de politie het profiel van [codenaam 4] op [internetsite] en constateert dat: - de vendornaam [codenaam 4] is geregistreerd op 16 februari 2016; - cocaïne, speed, MDMA, 2-CB, xtc-pillen, LSD, ketamine, hash en heroïne worden aangeboden; - vanuit Nederland verscheept wordt naar Europa, Zuid-Amerika, Azië, Afrika en Canada, Verenigde Staten, Australië, Nieuw Zeeland en Frankrijk.
Op 7 november 2018 constateert de politie dat deze vendor in 226 advertenties op [internetsite] drugssoorten aanbiedt die overeenkomen met de drugs waarover in de chatgesprekken van 3 oktober 2018 tot en met 2 november 2018 wordt gesproken. De laatste activiteit van [codenaam 4] is op 5 november 2018, dus daags voordat de meeste verdachten werden aangehouden. De vendors [codenaam 4] , [codenaam 5] en [codenaam 6] zijn bij onderzoek op 12 november 2018 niet meer op [internetsite] te vinden.
Op 3 oktober 2018 vraagt [verdachte] aan [betrokkene 2] of hij ista of [codenaam 2] doet. [betrokkene 2] laat vervolgens weten dat hij berichten voor [verdachte] had weggewerkt en dat "eergisteren [codenaam 4] ook keer 2.5K (het hof begrijpt: 2.500) FE". Vanuit pseudokoop is van [codenaam 4] (op de website van [internetsite] ) via de mail ( [e-mailadres] ) het [bitcoinadres] voor betaling verkregen. In de blockchain datatool Chainalysis is dit bitcoinadres geclusterd als cluster [… ] . Dit cluster bleek in de periode 3 april 2017 tot en met 5 november 2018 bitcoins te hebben ontvangen in 4.446 transacties.
Daarnaast wordt bij onderzoek door de politie de vendornaam [codenaam 4] ook aangetroffen op [internetsite] en [internetsite] . [internetsite] en [internetsite] waren ten tijde van het onderzoek door de politie niet meer online maar konden worden bekeken omdat het Team Darkweb van de Landelijke politie de databases ervan had veiliggesteld. [codenaam 4] had dezelfde PGP-sleutel als later op [internetsite] werd gebruikt. Op [internetsite] heeft [codenaam 4] ook gehandeld in speed, MDMA, cocaïne, Ketamine en xtc-pillen met SS-logo die waren aangeboden in juni 2017.
[verdachte] bericht op 3 oktober 2018 [betrokkene 2] over de vendor [codenaam 4] en wat ze daar verkochten en dat hij dat een jaar geleden elke dag op elk account had. En in het begin was het een gouden tijdperk: 5-8 K (het hof begrijpt: 5.000-8.000). [verdachte] zegt dat hij er wel een boek over kan schrijven en gaat daarbij verder terug in de tijd. Hij refereert daarbij aan "toen met de kapper" en dat dat "dikke nationale nieuws" was. Het is het hof bekend dat de aanslag op kapper [betrokkene 6] van [B] te [plaats] , op 7 februari 2017 heeft plaatsgevonden. [medeverdachte 3] vertelt op 1 november 2018 aan [verdachte] , naar aanleiding van de inval aan de [b-straat 1] in [plaats] , dat hij daar twee jaar zelf een osso (huis) heeft gehad en nooit gezeik heeft gehad.
[medeverdachte 2] chat op 6 oktober 2018 met [verdachte] over [betrokkene 7] . [betrokkene 7] had vorig jaar nog geld gegeven aan iemand om rekeningen te betalen. [medeverdachte 2] zorgde dat iedereen zijn geld kreeg.
Daarnaast heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij sinds februari 2017 bij [A] betrokken was bij de handel in verdovende middelen. Verdachte heeft verklaard dat de werkzaamheden voor mei 2018 inhielden dat hij het account beheerde, maar dat hij vanaf mei 2018 een soort manager werd. Verdachte ging toen voor de organisatie de overzichten bijhouden, de administratie doen, bepalen wat er ingekocht werd en zorgen dat mensen betaald kregen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij op de hoogte was van het bestaan van werkhuizen in [plaats] en [plaats] en dat dit huizen waren die werden gebruikt door "onze organisatie".
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Opzettelijk aanwezig hebben van drugs (feiten 1, 2en 3)
Het hof stelt voorop dat voor het opzettelijk 'aanwezig hebben' van verdovende middelen als bedoeld in artikel 2, onder C, Opiumwet, niet beslissend is aan wie die middelen toebehoren. Enige beschikkings - of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen is niet vereist. Voldoende is dat de verboden middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevinden, waarbij in elk geval noodzakelijk is dat de verdachte wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen, althans van de aanmerkelijke kans daarop. Aan dit vereiste is naar het oordeel van het hof op grond van de hierboven onder de koppen 'Vaststaande feiten en omstandigheden m.b.t. tot feit 1 ( [a-straat 1] , [plaats] )', 'Vaststaande feiten en omstandigheden m. b: t. feit 2 ( [c-straat 1] , [plaats] ) en 'Vaststaande feiten en omstandigheden m.b.t. feit 3 ( [c-straat 1] , [plaats] )' vastgestelde feiten en omstandigheden ruimschoots voldaan.
Medeplegen van de feiten 1, 2, 3 en 4
Het hof stelt op grond van het hiervoor beschrevene vast dat verdachte zich samen met zijn medeverdachten gedurende langere tijd bezig heeft gehouden met omvangrijke drugshandel. Daarbij werden drugs geproduceerd en verhandeld. Verdachte en medeverdachten maakten - daarbij onder meer gebruik van het zogenoemde Darkweb en verzonden de bestelde drugs in vermomde postpakketten, zoals bijvoorbeeld DVD-hoesjes. Betaling van Darkweb-transacties vond plaats in bitcoins. De bitcoins werden op gezette tijden omgewisseld in contant geld.
Over de samenwerking tussen verdachte en medeverdachten overweegt het hof als volgt. De verdachten vormden op basis van gelijkwaardigheid een samenwerkingsverband. De taken waren en werden in overleg verdeeld, waarbij elke betrokken verdachte een specifieke en substantiële rol had, men elkaar voortdurend op de hoogte hield en er geen sprake was van één leider die alle touwtjes in handen hield. De verdachten communiceerden over de handel met elkaar - en met onbekend gebleven derden - door middel van de hiervoor beschreven versleutelde Ironchat-accounts. Op verschillende plaatsen in Nederland hadden zij werkhuizen en stashplekken voor de te produceren en/of te verhandelen drugs. Verdachte was op de hoogte van het bestaan van deze huizen in ten minste [plaats] en [plaats] en wist dat het huizen waren die werden gebruikt door hun organisatie. In die panden zijn door de politie niet alleen machines en toebehoren voor de productie van drugs aangetroffen, maar ook verpakkings - en verzendingsmaterialen.
Wat betreft de specifieke rollen en activiteiten van de afzonderlijke verdachten overweegt het hof aanvullend het volgende. [verdachte] hield gegevens bij van de te leveren drugs en de financiële afwikkeling. [betrokkene 2] hield nauw contact met [verdachte] en registreerde niet alleen de hoeveelheden maar ook de ontvangst van geld en partijen drugs. Illustratief daarvoor is bijvoorbeeld dat [betrokkene 5] gelijktijdig [verdachte] en [betrokkene 2] informeerde over de partij drugs en het geld op 19 oktober 2018. De rol van [betrokkene 2] ging verder dan enkel het bijhouden van de administratie. Hij voerde ook de regie over de drugstransporten en het voorraadbeheer. [medeverdachte 2] besprak niet alleen de locatie, maar ook de aan te leveren hoeveelheid en soorten drugs en nam initiatief in het regelen van een nieuw werkhuis na de inval in [plaats] . Ook [medeverdachte 3] hield zich bezig met de logistiek, zorgde ervoor dat het werkhuis in [plaats] bevoorraad werd en hij regelde ontmoetingen in [plaats] , [plaats] en [plaats] zodat de leveringen, bevoorradingen en uitbetalingen plaats konden vinden. Verdachten hebben ieder zeggenschap gehad over de verplaatsing en/of levering van de drugs.
Er was naar het oordeel van het hof dan ook sprake van de voor het medeplegen van de feiten 1, 2, 3 en 4 vereiste nauwe en bewuste samenwerking.
Periode van betrokkenheid van verdachte bij feit 4
Het hof komt op grond van de onder de kop 'Vaststaande feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 4 (productie van en handel in drugs)' vastgestelde feiten en omstandigheden tot het oordeel dat het bitcoinadres waarover verdachte en zijn medeverdachten konden beschikken in de gehele tenlastegelegde periode gebruikt is voor transacties van [codenaam 4] op [internetsite] . Verdachte heeft daarnaast ter terechtzitting verklaard dat hij vanaf februari 2017 werkzaamheden bij [A] ging verrichten die te maken hadden met verdovende middelen. Het hof stelt op grond hiervan vast dat verdachte gedurende de gehele onder feit 4 tenlastegelegde periode werkzaamheden heeft verricht die te maken hadden met (de productie van en handel in) verdovende middelen.
Conclusie
Op grond van al hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen is het hof van oordeel dat verdachte op 28 oktober 2018 (feit 1) en op 6 november 2018 (feit 3) tezamen en in vereniging met [betrokkene 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] drugs aanwezig heeft gehad, dat hij op 6 november 2018 (feit 2) tezamen en in vereniging met [betrokkene 2] en [medeverdachte 3] opzettelijk drugs aanwezig heeft gehad en dat hij in de periode van april 2017 tot en met 6 november 2018 tezamen en in vereniging met anderen drugs heeft geproduceerd en een grootschalige drugshandel heeft gedreven."

4 Het beoordelingskader

4.1 In HR 11 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:225, heeft de Hoge Raad het volgende overwogen met betrekking tot 'aanwezig hebben' in de zin van de Opiumwet:
"2.3 Van 'aanwezig hebben' als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder C, en artikel 3, aanhef en onder C, van de Opiumwet is sprake als de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Voor de bewezenverklaring van het 'aanwezig hebben' hoeft niet te kunnen worden vastgesteld dat de verdovende middelen aan de verdachte toebehoren of dat sprake is van beschikkings - of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen. Dit aanwezig hebben geldt als misdrijf wanneer wordt tenlastegelegd en bewezenverklaard dat sprake is van opzet (daaronder begrepen voorwaardelijk opzet) op het aanwezig hebben. (Vgl. HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945.)"
4.2 Voor een bewezenverklaring van 'aanwezig hebben' is noodzakelijk dat de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen en de verdachte wetenschap heeft van die verdovende middelen of van de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid daarvan. Wanneer sprake is van 'feitelijke macht' is niet eenduidig in regels te vatten.[2] Van belang is vooral dat de verdachte op een bepaalde manier feitelijke zeggenschap heeft over de middelen. De verdachte is in de onderhavige zaak veroordeeld voor het medeplegenvan het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen. Van medeplegen is sprake als de verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij – in dit geval - het aanwezig hebben van de verdovende middelen. Daarvoor is een gezamenlijke machtsuitoefening noodzakelijk, waarbij het accent ligt op de samenwerking. De bijdrage van de verdachte aan de machtsuitoefening dient van voldoende gewicht te zijn om hem als medepleger te kunnen aanmerken. De verdachte en zijn mededaders dienen gezamenlijk af te weten van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Indien de mededaders daarover niets (willen) verklaren kan dergelijke wetenschap eventueel met toepassing van algemene ervaringsregels uit de omstandigheden van het geval worden afgeleid.[3]

5 De bespreking van de middelen

5.1 Het hof heeft onder 1, 2 en 3 bewezen verklaard dat de verdachte in een pand in [plaats] en in twee panden in [plaats] tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk verdovende middelen (amfetamine, MDMA, heroïne en cocaïne) aanwezig heeft gehad. In cassatie gaat het in de kern om de vraag of de vaststellingen die het hof heeft gedaan toereikend zijn voor dit oordeel. Daarbij staat, met uitzondering van de onder 1 bewezen verklaarde hoeveelheid MDMA, niet ter discussie welke soorten en hoeveelheden drugs zijn aangetroffen. Ook staat niet ter discussie dat de verdachte zich in de periode voorafgaand aan het aantreffen van de verdovende middelen samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan de productie van en handel in verdovende middelen en het witwassen van de opbrengst daarvan.
5.2 Aan zijn oordeel dat de feiten onder 1, 2 en 3 bewezen verklaard kunnen worden, heeft het hof ten grondslag gelegd dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs die zijn aangetroffen in de panden in [plaats] en [plaats] , althans van de aanmerkelijke kans op die aanwezigheid en dat die drugs zich in de machtssfeer van de verdachte bevonden. Verder heeft het hof geoordeeld dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. Het heeft in dat verband vaststellingen gedaan over de aard van de samenwerking en over de rol van de verdachte binnen het samenwerkingsverband. De oordelen van het hof getuigen – gelet op hetgeen ik onder 5.1 heb overwogen – niet van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zijn die oordelen evenmin. Ik licht dat als volgt toe.
5.3 Onder 4 heeft het hof bewezen verklaard dat de verdachte zich vanaf april 2017 tot en met 6 november 2018 heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – het medeplegen van de productie van en handel in drugs. Bovendien is onder 5 bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van (een deel van) de opbrengst daarvan. Het hof heeft blijkens de bewijsvoering vastgesteld dat de verdachte zich samen met anderen op professionele wijze heeft schuldig gemaakt aan grootschalige wereldwijde handel in verdovende middelen via het Darkweb. De onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten betreffen verdovende middelen die in het kader van het onderzoek daarnaar zijn aangetroffen. Dat brengt met zich dat de feiten 1, 2 en 3 niet geïsoleerd, maar in samenhang met feit 4 moeten worden bezien.
5.4 Ten aanzien van het samenwerkingsverband heeft het hof vastgesteld dat de verdachten op basis van gelijkwaardigheid samenwerkten. De taken waren en werden in overleg verdeeld, waarbij elke betrokken verdachte een specifieke en substantiële rol had, men elkaar voortdurend op de hoogte hield en er geen sprake was van één leider die alle touwtjes in handen hield. De verdachten communiceerden over de handel met elkaar – en met onbekend gebleven derden – door middel van versleutelde Ironchat-accounts. Op verschillende plaatsen in Nederland hadden zij werkhuizen en stashplekken voor de te produceren en/of te verhandelen drugs. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte op de hoogte was van het bestaan van deze huizen in ten minste [plaats] en [plaats] en wist dat het huizen waren die werden gebruikt door hun organisatie. Wat betreft de rol van de verdachte heeft het hof vastgesteld dat hij degene was die de gegevens van de te leveren drugs bijhield, de financiële afwikkeling deed en – net als de andere verdachten – zeggenschap had over de verplaatsing en/of levering van de drugs. Het hof heeft zijn oordeel dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde verdovende middelen kennelijk gebaseerd op de algemene ervaringsregel dat degene die binnen een criminele organisatie gericht op de handel in drugs een dergelijke rol verricht, samen met de andere deelnemers de macht uitoefent over die drugs en wetenschap heeft van de aanwezigheid daarvan, althans de aanmerkelijke kans daarop. Het is mijns inziens, bij gebrek aan enige verklaring die in een andere richting wijst, inderdaad moeilijk voorstelbaar dat de verdachte met zijn rol als manager van de organisatie van die informatie niet op de hoogte zou zijn geweest. Dat de verdachte mogelijk geen wetenschap had van de precieze hoeveelheid van de op de bewezenverklaarde data aangetroffen verdovende middelen en de concrete locaties van de stashplekken maakt dat naar mijn mening niet anders. Voldoende is immers, zoals het hof heeft geoordeeld, dat de verdachte de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard. Gelet op de vaststellingen die het hof heeft gedaan, kon het hof oordelen dat de verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de betreffende drugs zich in de panden in [plaats] en [plaats] bevonden. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is – ook in het licht daaromtrent is aangevoerd met betrekking tot de onder 1 bewezen verklaarde hoeveelheid MDMA – toereikend gemotiveerd.
5.5 Alle drie de middelen falen.

6 Slotsom

6.1 De middelen falen en kunnen worden afgedaan met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
6.2 Ambtshalve merk ik op dat de redelijke termijn in cassatie op 12 oktober 2025 is overschreden. Dat dient te leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf. Voor het overige heb ik geen ambtshalve gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
6.3 Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Dit betreft een telefoon van het merk Wileyfox, waarop - zo begrijp ik het arrest - de applicatie Ironchat was geïnstalleerd.
Zie bijv ook HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945, NJ2022/95 m.nt. J.M. Reijntjes en HR 18 april 2024, ECLI:NL:HR:2023:622.
Zo betoogden onder meer al A-G Aben, ECLI:NL:PHR:2018:189, randnummers. 9-12, A-G Spronken, ECLI:NL:PHR:2020:587, randnummer 3.3, en A-G Bleichrodt, ECLI:NL:PHR:2021:341, randnummer 12. - - - ## Voetnoten
Dit betreft een telefoon van het merk Wileyfox, waarop - zo begrijp ik het arrest - de applicatie Ironchat was geïnstalleerd.
Zie bijv ook HR 21 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1945, NJ2022/95 m.nt. J.M. Reijntjes en HR 18 april 2024, ECLI:NL:HR:2023:622.
Zo betoogden onder meer al A-G Aben, ECLI:NL:PHR:2018:189, randnummers. 9-12, A-G Spronken, ECLI:NL:PHR:2020:587, randnummer 3.3, en A-G Bleichrodt, ECLI:NL:PHR:2021:341, randnummer 12.