Terug naar bibliotheek
Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1900 - Hoge Raad - 12 december 2025
Arrest
ECLI:NL:HR:2025:1900•12 december 2025
Arrest inhoud
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04402
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
- [bankier 1],
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,
- [bankier 2],
wonende te [woonplaats], Verenigde Arabische Emiraten,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [bankier 1] en [bankier 2],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: ABN AMRO,
advocaat: F.M. Dekker.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7712630 CV EXPL 19-9051 van de rechtbank Amsterdam van 19 november 2019 en 23 februari 2021;
b. de arresten in de zaak 200.293.048/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 september 2022 en 3 september 2024, aangevuld bij arrest van 26 november 2024.
[bankier 1] en [bankier 2] hebben tegen de arresten van het hof van 6 september 2022 en 3 september 2024 beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep. De advocaat van [bankier 1] en [bankier 2] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad: - verwerpt het principale beroep; - veroordeelt [bankier 1] en [bankier 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 8.206,- - aan verschotten en € 2.200,- - voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [bankier 1] en [bankier 2] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.