Terug naar bibliotheek
Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1890 - Hoge Raad - 12 december 2025

Arrest

ECLI:NL:HR:2025:189012 december 2025

Arrest inhoud

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03961
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
  1. [de man],
wonende te [woonplaats],
  1. [de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de huurders,
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
  1. STICHTING 3B WONEN,
gevestigd te Bergschenhoek, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: 3B Wonen,
advocaat: M.E. Bruning,
en
  1. [de dochter],
  1. [de zoon],
beiden wonende te [woonplaats],
hierna: de kinderen,
niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 9265908 \ CV EXPL 21-19740 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 7 januari 2022;
b. de arresten in de zaak 200.308.059/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2023 en 13 augustus 2024.
De huurders hebben tegen het arrest van het hof van 13 augustus 2024 beroep in cassatie ingesteld.
3B Wonen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen de kinderen is verstek verleend.
De zaak is voor 3B Wonen toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat de Hoge Raad de huurders niet-ontvankelijk verklaart in hun tegen de kinderen ingestelde cassatieberoep en het tegen 3B Wonen ingestelde cassatieberoep verwerpt.
De advocaat van de huurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

2.1 De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2 Met de verwerping van het cassatieberoep is de veroordeling tot ontruiming onherroepelijk en kan het vonnis van de kantonrechter alsnog ten uitvoer worden gelegd. De Hoge Raad ziet aanleiding te bepalen dat daartoe het vonnis opnieuw moet worden betekend en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening.

3 Beslissing

De Hoge Raad: - verwerpt het beroep; - bepaalt dat het vonnis van de kantonrechter ten uitvoer kan worden gelegd na hernieuwde betekening daarvan en dat de huurders verplicht zijn tot ontruiming binnen drie maanden na betekening; - veroordeelt de huurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van 3B Wonen begroot op € 873,- - aan verschotten en € 2.200,- - voor salaris, en aan de zijde van de kinderen op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.