Terug naar bibliotheek
Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2026:924 - Gerechtshof 's-Hertogenbosch - 7 april 2026

Arrest

ECLI:NL:GHSHE:2026:9247 april 2026

Arrest inhoud

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.308.064/01
arrest van 7 april 2026 op het verzoek strekkende tot verbetering in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 30 september 2025 en tot verbetering van het herstelarrest van 23 december 2025
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen

DK Trade Company B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als DK Trade,
advocaat: mr. R.R.E. Roosjen te Amsterdam,
tegen

Docmorris N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als DocMorris,
advocaat: mr. N.E. Kuijer te Amsterdam.
1.1. Op 23 december 2025 heeft het hof een herstelarrest gewezen. Gebleken is dat de reactie van mr. Schwillens namens DK Trade van 4 december 2025 naar aanleiding van het voorgenomen herstel van het arrest van 30 september 2025 de behandelend kamer niet voor het wijzen van het herstelarrest heeft bereikt. Bij bericht van 31 december 2025 heeft mr. Schwillens het hof daarop gewezen. Het hof heeft partijen op 16 januari 2026 bericht dat het bericht van 4 december 2025 door het hof wordt beschouwd als een aanvullend/nieuw verzoek om herstel en heeft mr. Kuijer vervolgens in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. Mr. Kuijer heeft namens DocMorris op 21 januari 2026 bericht dat zij zich refereert aan het oordeel van het hof. Daarna zijn de grosses bij partijen opgevraagd.
1.2. Het bericht van 4 december 2025 van mr. Schwillens houdt in dat DK Trade instemt met het voorgenomen herstel van het hof, zij het dat de wettelijke rente over één factuur per 7 december 2020 dient in te gaan. Voorts merkt mr. Schwillens op dat DK Trade het hof in overweging geeft de rechtsoverwegingen 12.39 en 12.45 in lijn te brengen met de toegewezen (totaal)bedragen.
1.3. Het hof zal dit verzoek tot verbetering toewijzen, nu het kennelijke fouten betreft.
2. Het hof:
2.1. bepaalt dat in rechtsoverweging 12.39 wordt toegevoegd, na "€ 420,-" het bedrag:
"€ 420,-",
2.2. bepaalt dat in rechtsoverweging 12.45 wordt toegevoegd, na "+ € 420,-" de bedragen:
"+ € 420, - + € 1.022,50" en dat het bedrag "€ 247.034,11" verbeterd wordt gelezen in
"€ 248.476, 61".
2.2. bepaalt dat rechtsoverweging 13.4 in het herstelarrest van 23 december 2025 voor zover daarin is vermeld
"over een bedrag van € 9.096, - met ingang van 7 december 2020 verschuldigd" en
"over een bedrag van € 7.245, - met ingang van 9 december 2020 verschuldigd"
moet worden verbeterd zodat deze zinnen komen te luiden:
"over een bedrag van € 13.851, - met ingang van 7 december 2020 verschuldigd" en
"over een bedrag van € 2.490, - met ingang van 9 december verschuldigd".
2.3. bepaalt dat het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 30 september 2025 en het herstelarrest van 23 december 2025 moet worden verbeterd en gewijzigd, doch uitsluitend ten aanzien van hetgeen vermeld staat in 12.39, 12.45 en 13.4 zoals hiervoor is vermeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. E.H. Schulten, B.E.L.J.C. Verbunt en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 april 2026.
griffier rolraadsheer