Terug naar bibliotheek
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

ECLI:NL:GHARL:2025:8112 - Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - 16 december 2025

Arrest

ECLI:NL:GHARL:2025:811216 december 2025

Arrest inhoud

zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 2 april 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 183,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50. Het verzoek om een dwangsom is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 244, - voor: "VB023 - 23 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1)". Deze gedraging zou zijn verricht op 20 december 2022 om 09.04 uur op de Siemelinksweg in Deventer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene meent dat bord A1 niet aanwezig is en er daarom geen sprake is van feitcode VB023 maar VA023. De gemachtigde verwijst naar een afbeelding van een bord H1. Het openbaar ministerie heeft drie jaar gewacht met het opvragen van een aanvullend proces-verbaal. Het is niet verwonderlijk dat de ambtenaar zich niets meer weet te herinneren. Verder voert de gemachtigde aan dat de verzonden ingebrekestelling van
29 juni 2023 niet prematuur is. De inleidende beschikking is op 29 december 2022 toegestuurd. Uiterlijk 9 februari 2023 kon administratief beroep worden ingesteld en vanaf die datum had de officier van justitie 16 weken om te beslissen. Inclusief opschorting in verband met het aanvullen van de gronden eindigde de termijn op 23 juni 2023. De verdagingsbrief van 11 juli 2023 treft volgens de gemachtigde geen doel.
  1. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  1. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de verklaring dat middels een boordsnelheidsmeter is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene een (gecorrigeerde) snelheid van 73 km per uur is gereden, terwijl de maximumsnelheid 50 km per uur was. De betrokkene is staandegehouden en heeft, nadat de cautie is gegeven, verklaard: "de snelheid, ja die lag wel wat te hoog ja." Daarnaast bevat het dossier de kalibratietabel die hoort bij het voertuig waarmee de meting is verricht.
  1. De advocaat-generaal heeft de ambtenaar gevraagd om te reageren op het verweer van de gemachtigde. De ambtenaar heeft teruggemaild zich de overtreding niet te kunnen herinneren en daar aan toegevoegd geen bekeuring te hebben geschreven als zij deze niet voor 100% had vastgesteld.
  1. Het hof stelt vast dat de ambtenaar ter plaatse was ten tijde van de gedraging. Het is vaste rechtspraak dat in dat geval ervan mag worden uitgegaan dat de ambtenaar de bebording heeft gecontroleerd. Het hof ziet geen aanleiding voor het oordeel dat op basis van de gegevens niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat ten tijde van de gedraging het bord A1 aanwezig was. Een enkele betwisting, die pas voor het eerst in hoger beroep is aangevoerd, is daarvoor onvoldoende. Het hof wijst de gemachtigde er daarbij op dat de enkele opmerking in de aanvullende gronden van het administratief beroep en het beroepschrift aan de kantonrechter dat de betrokkene geen bord heeft gezien waaruit blijkt dat hij 50 km per uur mocht rijden niet als een ondubbelzinnige betwisting van de aanwezigheid van een bord A1 50 kan gelden. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
  1. Ten aanzien van het verzoek om een dwangsom stelt het volgende vast. Uit het zaakoverzicht blijkt dat op 29 december 2022 een inleidende beschikking aan de betrokkene is gestuurd. Op 8 februari 2023 heeft een beoordeling plaatsgevonden, waarna een nieuwe inleidende beschikking met dagtekening 15 februari 2023 is gestuurd. Op 9 februari 2023 is administratief beroep ingesteld. Op 30 juni 2023 heeft het Parket CVOM een ingebrekestelling ontvangen. Verder bevindt zich in het dossier een verdagingsbeslissing met dagtekening 11 juli 2023.
  1. Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter terecht beslist dat de ingebrekestelling prematuur is. Uit het zaakoverzicht blijkt dat aan de betrokkene een nieuwe inleidende beschikking is toegestuurd. Blijkens het zaakoverzicht is op die nieuwe inleidende beschikking ook een nieuwe uiterste beroepsdatum vermeld, namelijk 29 maart 2023. Een redelijke toepassing van artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, brengt mee dat de termijn om te beslissen aanvangt op de dag na die nieuw vermelde termijn voor het indienen van het beroepschrift. Toen het Parket CVOM op 30 juni 2023 een ingebrekestelling ontving, waren er nog geen 16 weken verstreken.
  1. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.