Terug naar bibliotheek
Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:218 - Centrale Raad van Beroep - 19 februari 2026

Uitspraak

ECLI:NL:CRVB:2026:21819 februari 2026

Uitspraak inhoud

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
24/1040 AKW
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 maart 2024, 23/6667 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 19 februari 2026
SAMENVATTING
De Raad oordeelt dat de Svb de aanvraag van appellante voor dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2022 terecht heeft afgewezen. De Svb heeft, onder verwijzing naar het advies van het CIZ, afdoende gemotiveerd dat geen sprake is van een zo intensieve zorgbehoefte dat wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. drs. M.J.G. Schroeder, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. De Svb heeft op verzoek nadere stukken ingebracht.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 11 december 2025. Namens appellante is haar echtgenoot [naam echtgenoot] verschenen, bijgestaan door mr. Schroeder. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Stahl.

OVERWEGINGEN

Inleiding

  1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1. Appellante heeft op 23 juli 2022 een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag op grond van de AKW[1] voor haar zoon [naam zoon], geboren op [geboortedatum] 2009*.* [naam zoon] heeft een spastische unilaterale cerebrale parese rechts.
1.2. Met een besluit van 17 oktober 2022, gehandhaafd bij besluit van 28 augustus 2023 (bestreden besluit), heeft de Svb de aanvraag vanaf het derde kwartaal van 2022 afgewezen. De Svb heeft zich, onder verwijzing naar adviezen van het CIZ[2] en het Beoordelingskader[3] op het standpunt gesteld dat [naam zoon] geen intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a van de AKW nodig heeft en dat daarom niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het recht op dubbele kinderbijslag. De zorgscore voor [naam zoon] is vastgesteld op één punt voor het item lichaamshygiëne, terwijl gelet op zijn leeftijd van twaalf jaar op de peildatum 1 juli 2022 een minimale zorgscore van drie punten vereist is.
Uitspraak van de rechtbank
  1. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb terecht vanaf het derde kwartaal van 2022 geen dubbele kinderbijslag heeft toegekend. Het dossier biedt geen medische onderbouwing voor het standpunt van appellante dat meer punten moeten worden toegekend. De medisch adviseur heeft in het advies van 10 augustus 2023 inzichtelijk gemotiveerd dat op de overige onderdelen (anders dan lichaamshygiëne) geen sprake is van een score. Uit wat appellante heeft aangevoerd kan ook niet worden afgeleid dat [naam zoon] op de hiervoor genoemde onderdelen 'in ernstige mate' meer zorg nodig heeft. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat voor de Svb geen aanleiding bestond om de kosten die appellante in bezwaar heeft gemaakt te vergoeden vanwege een gebrekkige motivering van het primaire besluit. Anders dan in de uitspraak van de Raad van 24 september 2014[4] waarnaar appellante verwijst, blijkt namelijk uit het primaire besluit duidelijk aan welke voorwaarden en beoordelingspunten moet zijn voldaan.
Het standpunt van appellante
  1. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante heeft aangevoerd dat het CIZ-advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. In verband met een zware zorgbehoefte voor [naam zoon] moet op de items zindelijkheid, mobiliteit, alleen thuis zijn en begeleiding buitenshuis een punt worden toegekend. Het CIZ heeft bij het item alleen thuis zijn onvoldoende rekening gehouden met de paniekaanvallen van [naam zoon] die samenhangen met de cerebrale parese. Verder is [naam zoon] ten onrechte nooit door een arts of deskundige van het CIZ gezien. Ook vindt appellante het onbegrijpelijk dat zij in 2022 geen recht op dubbele kinderbijslag heeft, terwijl zij dit in 2016 wel had. De medische situatie van [naam zoon] en de mate van zorg voor hem zijn ongewijzigd gebleven. Verder is de rechtbank ten onrechte niet ingegaan op het verzoek een onafhankelijk deskundige te benoemen en verzoekt appellante de Raad dat alsnog te doen. Tot slot is appellante het er niet mee eens dat de kosten in bezwaar niet vergoed worden.

Het oordeel van de Raad

  1. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1. Een voorwaarde voor het recht op dubbele kinderbijslag op grond van artikel 7a van de AKW is dat het kind is aangewezen op intensieve zorg. De Svb kan vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg wanneer er een positief advies van het CIZ ligt. Het CIZ geeft een positief advies als het kind naar zijn oordeel intensieve zorg nodig heeft. Dit is geregeld in artikel 2 van de Regeling.[5] Voor die beoordeling hanteert het CIZ het Beoordelingskader. De Svb neemt ook zelf het Beoordelingskader tot uitgangspunt en schaart zich achter het advies van het CIZ, nadat de Svb heeft vastgesteld dat een advies van het CIZ op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en concludent is. Zoals de Raad eerder heeft geoordeeld, is het Beoordelingskader aan te merken als een vaste gedragslijn en kan dat als uitgangspunt worden genomen voor de beoordeling van een aanspraak op dubbele kinderbijslag.[6] Hiermee is niet gegeven dat het CIZ niet in een voorkomend geval, waarin de feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven, zou moeten beoordelen of, in weerwil van de criteria van het Beoordelingskader, sprake is van een situatie van intensieve zorg als bedoeld in artikel 11, van het BUK. Het ligt in een voorkomend geval op de weg van de betrokkene om aan de hand van concrete, verifieerbare, objectieve feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat hiervan sprake is.
4.2. Appellante heeft zich in hoger beroep grotendeels beperkt tot het herhalen van de in beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak besproken en voldoende gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en verwijst daarnaar. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.
4.3. Appellante wordt niet gevolgd in het betoog dat de paniekaanvallen van [naam zoon] hadden moeten leiden tot toekenning van punten op de items 'alleen thuis zijn' en 'begeleiding buitenshuis'. Voor aanspraak op dubbele kinderbijslag is vereist dat een kind zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis, dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard. Dat betekent dat er een oorzakelijk verband moet zijn tussen de ziekte of stoornis en de beperkingen van het kind. Verder moet er, als gevolg daarvan, sprake zijn van verzwaring van de verzorging en oppassing door de ouders. De medisch adviseur van het CIZ heeft op inzichtelijke wijze gemotiveerd dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de paniekaanvallen van [naam zoon] en zijn medisch objectiveerbare aandoening. De aandoening verklaart niet waarom [naam zoon] in paniek raakt als de bel gaat, noch zijn onzekerheid en paniek buitenshuis. Daarbij is verder overwogen dat bij [naam zoon] mogelijk nog iets anders aan de hand is waarvan de diagnose nog niet bekend is. Appellante heeft echter geen gegevens overgelegd waarmee door het CIZ kon worden vastgesteld dat sprake was van een andere medische aandoening, met bijbehorende beperkingen en met als gevolg een verzwaring van de verzorging en oppassing door de ouders. In die omstandigheden kunnen de paniekaanvallen van [naam zoon] niet leiden tot een score op de items 'alleen thuis zijn' en 'begeleiding buitenshuis'.
4.4. De stelling dat [naam zoon] nooit is gezien door een medisch adviseur van het CIZ, waardoor onvoldoende is meegewogen hoe ernstig beperkt [naam zoon] is in zijn dagelijks functioneren, maakt niet dat zodanige twijfel aan het advies van het CIZ bestaat dat de Svb daar niet van heeft kunnen uitgaan. Het CIZ heeft geadviseerd op basis van verslaglegging van professioneel betrokken derden (zoals artsen en een leerkracht) en informatie van de ouders door middel van een ingevuld vragenformulier. Appellante is verder voldoende in de gelegenheid gesteld om inlichtingen aan de medisch adviseur te verstrekken. Het CIZ heeft meermalen nader advies uitgebracht naar aanleiding van het bezwaar en beroep van appellante, en naar aanleiding van de ingebrachte stukken in hoger beroep. Er is verder niet gebleken dat medische feiten zijn gemist. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd waarom het voor de beoordeling noodzakelijk is dat – naast de ingewonnen inlichtingen – haar zoon in persoon had moeten worden gezien.
4.5. Het gegeven dat appellante in 2016 wel in aanmerking is gebracht voor dubbele kinderbijslag voor [naam zoon] leidt niet tot twijfel over het recht op dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2022. Het besluit ten aanzien van 2016 en het daaraan ten grondslag liggende advies van het CIZ zien immers op een andere peildatum. Bij een nieuwe aanvraag dient de zorgscore van [naam zoon] telkens opnieuw te worden beoordeeld aan de hand van de dan aan de orde zijnde medische situatie. In dit verband heeft de Svb toegelicht dat aan de eerdere beoordeling van de zorgbehoefte van [naam zoon] in 2016 geen medisch advies van het CIZ ten grondslag heeft gelegen. De enkele omstandigheid dat vanaf 2016 – kennelijk zonder voorafgaande medische beoordeling – wel positief is geadviseerd door het CIZ, maakt niet dat de Svb gehouden blijft om dubbele kinderbijslag toe te kennen vanaf het derde kwartaal van 2022, in weerwil van het negatieve medisch advies van het CIZ.
4.6. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het (medisch) advies van het CIZ op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De redenering daarin is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan. De Svb mocht daarom op het advies van het CIZ afgaan. Appellante heeft voldoende gelegenheid gehad om zelf (medische) stukken over te leggen en heeft met wat al dat wat zij heeft aangevoerd onvoldoende twijfel gezaaid over de beoordeling. De Raad ziet, gelet hierop, geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
4.7. De beoordeling heeft noch onder het Beoordelingskader uit 2018, noch – voor het geval dat dat gunstiger voor appellante zou uitvallen – onder het Beoordelingskader DKIZ uit 2025,[7] tot een toereikende zorgscore voor [naam zoon] kunnen leiden. Het totaalbeeld van de zorgintensiteit voor [naam zoon] leidt niet tot een andere conclusie. De Svb heeft de aanvraag van appellante voor dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2022 dan ook terecht afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4.8. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om dubbele kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 2022 in stand blijft.
  1. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en E.E.V. Lenos en A. Hoogenboom als leden, in tegenwoordigheid van F.M. Gerritsen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) F.M. Gerritsen

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)
Artikel 7a, eerste lid
Een verzekerde heeft voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag, genoemd in artikel 12, eerste en tweede lid, van de AKW indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.
Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK)
Artikel 11
  1. Van intensieve zorg als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AKW is sprake als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.
  1. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 12
  1. Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, ontvangt de Svb een op medische gegevens gebaseerd advies van het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg:
a. op verzoek van de Sociale verzekeringsbank; (…)
  1. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt gebaseerd.
Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (Regeling)
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– advies: een op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit uitvoering kinderbijslag; (…).
Artikel 2
  1. De Svb kan vaststellen dat sprake is van intensieve zorg indien het advies positief luidt.
  1. Het advies luidt positief indien:
a. (…)
b. het kind blijkens de beoordeling van het CIZ intensieve zorg nodig heeft.
Artikel 3
  1. Indien het CIZ oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een item, kent het CIZ op dit item een punt toe.
  1. Het kind behoeft intensieve zorg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, indien: (…)
c. het 10-17 jaar is en het CIZ minimaal 3 punten toekent; (…)
Beoordelingskader BUK 2018 (Beoordelingskader)
Het CIZ hanteert bij de beoordeling als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Regeling, het Beoordelingskader. Hierin is bij ieder item als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling uitgewerkt wanneer een punt wordt toegekend. Verder is bij ieder item vermeld wanneer geen score wordt toegekend.
Algemene Kinderbijslagwet.
Centrum Indicatiestelling Zorg.
Beoordelingskader BUK 2018.
ECLI:NL:CRVB:2014:3123.
Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg.
Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 12 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:87.
Beoordelingskader dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg 2025. - - - ## Voetnoten
Algemene Kinderbijslagwet.
Centrum Indicatiestelling Zorg.
Beoordelingskader BUK 2018.
ECLI:NL:CRVB:2014:3123.
Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg.
Bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 12 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:87.
Beoordelingskader dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg 2025.